Achterhoek

Achterhoekse gemeenten niet per se 'fout' in oorlog, blijkt uit onderzoek

Professor Wim van Meurs met het onderzoeksrapport over Joods vastgoed in de Achterhoek
Professor Wim van Meurs met het onderzoeksrapport over Joods vastgoed in de Achterhoek © Omroep Gelderland
GROENLO - Waren vijf Achterhoekse gemeenten betrokken bij de roofhandel van panden van Joden en de afhandeling daarvan na de Tweede Wereldoorlog? Die vraag moesten onderzoekers van de Nijmeegse Radboud Universiteit beantwoorden. Vandaag is dat onderzoek gepresenteerd. Daaruit blijkt dat de vijf gemeenten zelf geen Joodse panden hebben gekocht, maar wel de Duitse bezetter hebben geholpen door bijvoorbeeld lijsten met panden van Joden te verstrekken.
Net als Zutphen, Lochem en Winterswijk, wilden de vijf gemeenten weten hoe er destijds is omgegaan met het teruggeven van eigendommen aan Joodse burgers en hun familie na de oorlog. Oftewel, panden die rond de Tweede Wereldoorlog zijn afgepakt, zijn teruggegeven aan de desbetreffende eigenaar.

Onderzoeksplatform Pointer van KRO-NCRV doet al langer onderzoek naar de roofhandel in panden en stukken grond van Joodse eigenaren tijdens de Tweede Wereldoorlog. Sinds de digitalisering van de Verkaufsbücher heeft het onderzoekscollectief er al meerdere keren over gepubliceerd, waarna tientallen gemeenten een onderzoek naar hun eigen rol instelden.

Uit het Achterhoekse onderzoek komt naar voren dat honderden Joodse burgers uit de Achterhoekse gemeenten werden gedeporteerd. De bezetter verplichtte de gemeenten om hieraan mee te werken, onder meer door het opstellen van lijsten van Joodse inwoners en hun vastgoed.
"Eigenlijk kun je concluderen dat de Achterhoek in veel opzichten aansluit bij het beeld dat we van de rest van Nederland hebben", zegt professor Wim van Meurs van de Radboud Universiteit. Samen met een aantal collega's leidde hij het onderzoek. "Belangrijkste conclusie is dat de houding van de gemeenten kil en afstandelijk was, zowel tijdens de oorlog als vlak na de oorlog."
Kijk naar een reportage:
Vijf Achterhoekse gemeenten deden onderzoek naar Joodse panden

Bijna altijd rechtsherstel

Na de oorlog zijn bijna alle eigendommen teruggegeven aan de eigenaren of hun families, zowel voor woonhuizen als voor landbouwpercelen. Dat gebeurde volgens de onderzoekers ‘relatief vroeg’, in 1947 of 1948, maar soms ‘pas’ in 1949 of 1951.
“Het onderzoek kon geen gevallen aan het licht brengen waarbij foute oorlogskopers na de oorlog in het bezit bleven van Joods vastgoed”, zo valt in het onderzoek te lezen. “In een paar gevallen lukte het echter niet om de eigendomsgeschiedenis op basis van de archieven te reconstrueren.”
"Het was een afschuwelijke periode waarin Joodse burgers hun bezittingen zijn kwijtgeraakt", zegt burgemeester Annette Bronsvoort die spreekt namens de vijf Achterhoekse gemeenten die het onderzoek lieten uitvoeren. "De gemeenten hebben het daarbij niet erger gemaakt door zelf panden te kopen, maar het algemene beeld is de zwarte bladzijde in de geschiedenis."

Joodse inboedels voor families in Laag-Keppel

De mate waarin Joodse panden werden doorverkocht verschilde sterk per gemeente. Zo werden bijvoorbeeld bijna alle panden en percelen in Aalten overgenomen door één oorlogskoper, terwijl in Berkelland hoogstens de helft werd doorverkocht. Slechts in een paar gevallen is directe betrokkenheid van een gemeente bij de onteigeningen vastgesteld.
Zo probeerde de burgemeester van Aalten een dakloze familie onder te brengen in een onteigende Joodse woning, terwijl de burgemeester van het toenmalige Hummelo en Keppel zich in Laag-Keppel inzette om families van afgebrande boerderijen te helpen aan Joodse inboedels. In Borculo kocht de gemeente landbouwgrond van een Joodse burger voordat de Duitse bezetter hem hiertoe zou dwingen.

Expositie voor groter publiek

Henk Gerrits van Stichting Stolperstenen Groenlo is blij met de duidelijkheid die het rapport biedt. "Toen de eerste berichten van de Verkaufsbücher verschenen waren dat vaak negatieve verhalen over rollen van diverse overheden", zegt Gerrits. "We zijn erg blij dat de gemeente nu haar rol heeft laten onderzoeken."
Gerrits hoopt dat de onderzoeksresultaten voor een groter publiek zichtbaarder worden. "De suggestie die in het rapport wordt gedaan om een tijdelijke tentoonstelling in te richten om de zaak naar buiten toe te brengen is heel erg goed."
Burgemeester Bronsvoort is bereid daarin mee te denken. "We zijn benieuwd naar de reacties op dit rapport in onze gemeenschap. Daar gaan we naar luisteren en dan kijken we ook wat we als gemeente nog meer kunnen doen."