Gelderland

Pino en een andere vreemde vogel gespot in de tuin

Een vreemde vogel vliegt door Nederland: de barmsijs.
Een vreemde vogel vliegt door Nederland: de barmsijs. © ANP
Het gaat weer wat beter met tuinvogels in Nederland. Dat blijkt uit de tuinvogeltelling dit jaar, weet de Vogelbescherming. De doodgewone merel lijkt het usutuvirus weer te boven te zijn en ook de huismus doet het goed. Naast Pino, onze gevederde vriend uit Sesamstraat, is dit jaar ook een andere vreemde vogel gespot. Lees hier hoe je tuinvogels een handje helpt met het bouwen van hun nestjes voor de lente.
"Ieder jaar krijgen we minstens 25 inzendingen van een bijzondere tuinvogel met blauwe veren: Pino van Sesamstraat in de achtertuin", lacht een woordvoerder van de Vogelbescherming. Toch is er dit jaar een andere bijzondere vogel op bezoek geweest in Gelderland.
"Een vogel die lijkt op de huismus, bruin met wit en zwart, maar met een prachtig rood petje: de barmsuis." Het vogeltje woont van origine in Scandinavië. Maar als het daar te koud wordt, vliegt de barmsijs naar het zuiden, naar Gelderland.

Deze soorten gaan erop vooruit

Met de andere, meer standaard tuinvogels in Nederland gaat het ook goed. "Gelukkig staat de merel weer bovenaan de lijst, op plek 4. Dat was een zorgkindje", weten ze bij de Vogelbescherming.
"De merel kampte sinds acht jaar met het usutuvirus. Daardoor kreeg de soort een flinke tik. Maar nu hebben we het idee dat deze vogel er weer bovenop aan het krabbelen is. Ook in Gelderland doet ie het hartstikke goed. Iedereen kent het zwarte vogeltje met oranje snaveltje, of de vrouwelijke, bruine variant."
Ook met de huismus gaat het weer wat beter. "Sinds de jaren 80 is de huismus met de helft verminderd. Onder andere omdat mensen hun huizen beter zijn gaan isoleren waardoor er minder nestelplekjes in de huizen te vinden zijn, zoals scheuren in de muren of kapotte dakpannen. Ook zijn veel tuinen versteend. Er zijn dan weinig heggen of struiken waarin de vogels zich kunnen schuilhouden."

Help de vogels met nestelen

Alle tuinvogels verliezen daardoor nestelplekken, waarin ze hun jongen kunnen grootbrengen. Maar de mens kan daarbij gelukkig een handje helpen. "Wip tegels en plant struiken en heggen met besjes. Zo zorg je niet alleen voor een goede voedselvoorziening. In de heggen socialiseren tuinvogels ook met zijn allen. Vooral mussen houden van gezelligheid." Of plant zonnebloemen en distels, daar smullen tuinvogels van, tipt de Vogelbescherming.
Geen ruimte in je tuin voor meer groen? Geen punt. "Hang nestkastjes op. Daar kunnen verliefde vogels hun eieren uitbroeden en hun jongeren grootbrengen. Let daarbij erop dat je het kastje niet op het zuiden hangt. Dan wordt het al gauw te warm." Ook nieuwbouwhuizen worden steeds tuinvogelvriendelijker gebouwd, weet de woordvoerder. "Met natuurinclusieve nisjes voor vleermuizen en mussen."

'Als het vriest, gaan ze dood'

Ondanks dat verschillende soorten wat opkrabbelen, staan er ook nieuwe uitdagingen voor de deur. "We merken dat vogels door steeds warmere winters steeds vroeger eieren gaan leggen. Soms krijgen ze middenin de winter al jongen. Als het dan hard vriest, dan gaan deze dood."
Het dieet van de tuinvogel bestaat grotendeels uit insecten. Als deze beestjes eerder ontwaken door de warme temperaturen, dan vissen de vogels achter het net. "Dan zijn er te weinig insecten over en kunnen de jongen ook overlijden. Dat gaat ten koste van de aantallen."

Gelderland eindigt dit jaar op de derde plek op het podium van de tuinvogeltelling. Dat is niet gek, voor de grootste provincie van Nederland, volgens de Vogelbescherming. Ook dit jaar behalen Noord- en Zuid-Holland de eerste en tweede plek. Daar zijn immers ook de meeste tuinen om vogels in de tellen.

De meest geziene vogels in Gelderland zijn:
1. Huismus (53.000)
2. Koolmees (31.000)
3. Pimpelmees (23.000)
4. Merel (18.000)
5. Vink (13.000)
6. Houtduif (12.000)
7. Kauw (10.000)
8. Ekster (10.000)
9. Roodborst (9.000)
10. Turske tortel (8.000)