Gelderland

Weginspecteurs zijn bang voor de baas: 'Kijkt constant over schouder mee'

Willem Baan van Leeuwen vertrok als weginspecteur bij Rijkswaterstaat.
Willem Baan van Leeuwen vertrok als weginspecteur bij Rijkswaterstaat. © Omroep Gelderland
ARNHEM - Weginspecteurs worden met trots de 'gastheren van de snelweg’ genoemd: ze beveiligen je bij pech, ze leiden het verkeer om bij een ongeluk en ruimen troep op de weg op zodat jij snel en veilig door kan rijden. Maar wat je op die snelweg niet ziet, is dat weginspecteurs steeds vaker bang zijn voor hun eigen werkgever: Rijkswaterstaat.
Willem Baan van Leeuwen uit Nijkerk kijkt bedroefd naar de auto's en vrachtwagens die naast hem razen op de snelweg. Tot anderhalf jaar terug was hij als weginspecteur bij Rijkswaterstaat verantwoordelijk voor alles wat er gebeurde op de snelwegen in noordoost-Nederland. "Het werk was echt prachtig. De collega’s, het mensen kunnen helpen, oplossingen bedenken. Ja, ik heb wel wat weggegooid."
Zijn tijd bij Rijkswaterstaat laat hem niet los. Voor zijn gevoel is hij door zijn leidinggevenden weggepest, nadat hij had geklaagd over een weekend waarin hij veel te lange werkdagen had gemaakt. Willem was op de bres gesprongen toen meerdere collega’s uitvielen.

Bijbaan onder de loep

Maar er kwam geen waardering voor zijn inzet, noch een oplossing voor de toekomst. In plaats daarvan kwam zijn bijbaan als vrachtwagenchauffeur onder een vergrootglas te liggen. Hij moest precies aantonen hoeveel uren hij dat deed om te bewijzen dat hij niet te veel uren werkte op een dag. Willem gaf die echter niet meteen, omdat hij bang was dat het tegen hem gebruikt ging worden.
In de maanden die volgden, hoorde hij weinig tot niets over zijn klacht over het weekend, maar kreeg hij des te meer vragen over zijn bijbaan. Rijkswaterstaat ging uiteindelijk rechtstreeks naar zijn andere werkgever om de uren op te vragen, die dat weigerde. Toen Willem uiteindelijk zwichtte en de uren alsnog gaf, kon Rijkswaterstaat daar geen overtredingen van de Arbeidstijdenwet in vaststellen.
De kwestie vroeg veel van Willem: "Ik was met mijn hoofd niet meer bij de weg." Op een zeker moment liep hij tijdens zijn werk onbewust buiten het afgezette gebied van zijn pionnen: op de snelweg dus, vlak naast het voorbijrazende verkeer. Hij meldde zich ziek en nam even later definitief ontslag. Hij was alle vertrouwen in de organisatie kwijt.
Een weginspecteur zet met pionnen de weg af. (foto ter illustratie)
Een weginspecteur zet met pionnen de weg af. (foto ter illustratie) © ANP

Niet boven het maaiveld

Het verhaal van Willem is voor velen bij Rijkswaterstaat een voorbeeld van wat er kan gebeuren als je je mond opentrekt. "Je moet je hoofd niet te ver boven het maaiveld uitsteken. Doe gewoon je werk, want weet wat de gevolgen kunnen zijn als je opvalt", is de boodschap die medewerkers onderling verspreiden.
Omroep Gelderland sprak voor dit verhaal met meer dan tien (voormalige) weginspecteurs uit heel Nederland. Ze schetsen een beeld van een van bovenaf gestuurde organisatie, waarin zij zelf monddood worden gemaakt. Ze zijn 'de oren en ogen op de weg', maar er wordt niet meer naar ze geluisterd. Zelfs niet als ze onveilige situaties aankaarten.
Sterker nog, weginspecteurs voelen zich bespioneerd en gecontroleerd: met dank aan camera’s op de weg en volgsystemen in de dienstauto’s zijn weginspecteurs namelijk nauwkeurig te volgen.

Kleinste details

Zo is het niet altijd geweest. Ooit waren weginspecteurs heer en meester op hun eigen stukje snelweg en hielden ze zich tot in de kleinste details bezig met de weg. "Op het moment dat het gras niet gemaaid was, dan belde je zelf de aannemers op: jullie gaan nu gras maaien", schetst een weginspecteur met een lange staat van dienst.
Vanaf 2012 moest alles anders. Voortaan zouden de inspecteurs, binnen de grotere afdeling Verkeer- en Watermanagement (VWM), een centrale rol spelen in het bereikbaar houden van Nederland. Ze mochten zelfs met blauwe zwaailichten rijden, net als de politie, om snel te kunnen helpen bij ongevallen en files. Wegonderhoud werd uitbesteed aan de markt.
Alles moest goedkoper en efficiënter, vond toenmalig minister Peijs. Zo min mogelijk files voor zo min mogelijk belastinggeld: dat willen we allemaal wel. Rijkswaterstaat installeerde drieduizend camera's die ongelukken snel signaleren. Door het volgsysteem in de dienstauto kan de verkeerscentrale daarna in één oogopslag zien welke weginspecteur het dichtstbij is. Het scheelt 70 seconden aanrijtijd en dus kan het verkeer sneller doorrijden.
Illustratie
Illustratie © ANP; bewerking Omroep Gelderland

'Wie ben jij?'

Maar aan die efficiëntie zit een prijs. Weginspecteurs voelen zich niet meer serieus genomen in een organisatie waar alles van bovenaf bepaald wordt. "Ik word niet meer voor vol aangezien door Rijkswaterstaat. Als ik nu iets aankaart over de weg, waar wij toch wel wat deskundigheid over hebben, dan vraagt de directie: wie ben jij? Nou, ja, ik ben weginspecteur."
Weginspecteurs kunnen niet eens meer bepalen waar ze rijden. Dat laatste stukje vrijheid is onlangs overgenomen door een algoritme. Dat voorspelt op basis van data waar weginspecteurs het beste kunnen rijden om sneller bij een volgend incident te zijn. Weginspecteurs zien een bolletje in hun navigatiescherm dat ze moeten volgen. Dat steekt ze, omdat daarmee opnieuw jarenlange werkervaring opzij geschoven wordt.

Op de voet gevolgd

De behoefte om van bovenaf te sturen op efficiëntie gaat zover, dat leidinggevenden op de voet willen volgen waar weginspecteurs zijn en wat ze uitspoken. Al jaren proberen ze dat de chefs van dienst toegang krijgen tot het volgsysteem in de dienstauto's. 'Om de rotte appels eruit te halen', zeggen bronnen dichtbij de ondernemingsraad. De ondernemingsraad vindt dat een forse inbreuk op de privacy van weginspecteurs, en is daarom fel tegen.
Voorlopig hebben de leidinggevenden daar een weg omheen gevonden. Weginspecteurs kunnen elkaar namelijk wél zien en verklikken elkaar aan leidinggevenden. "Er worden gewoon schermafbeeldingen gemaakt van waar collega's zijn en die worden doorgestuurd naar de leiding. Dat is niet de afspraak, maar in de praktijk gebeurt het wel."

Duizenden camera's

Sommige collega's durven daardoor niet eens meer koffie te halen bij hun ontmoetingspunten. "Net als je naar binnen gaat om een kop koffie te pakken, komt er iemand aan die zegt: 'Moet jij niet op de weg zitten?'"
Ook via de duizenden camera's boven de snelweg worden ze gevoelsmatig altijd op de vingers gekeken. "Als ik ergens stop om een vrachtwagenchauffeur te zeggen dat hij ergens niet mag staan, dan wordt er van a tot z meegekeken wat ik doe en wat de reactie daarop is," vertelt een weginspecteur. "Het wordt onwerkbaar als iemand constant over je schouder meekijkt of je pionnetje wel zoveel centimeter uit elkaar staat."

Teruggefloten

Maar wanneer weginspecteurs hierover klagen, krijgen zij de deksel op hun neus: "Ik heb een keer of tien aangegeven dat ik deze manier van werken niet meer aankan. Die constante druk dat je de hele dag gecontroleerd wordt: ik wil dat niet meer. Maar daar werd niks mee gedaan" zegt een weginspecteur die op dit moment ziek thuis zit.
En wie voorbijgaat aan zijn leidinggevende, wordt teruggefloten. Zo kwam kritiek van een weginspecteur aan de directeur-generaal weer bij zijn directe leidinggevende terecht, wat niet in dank werd afgenomen. Een weginspecteur met dezelfde ervaring zegt: "Het geeft een cultuur dat je niet één stap voorbij je leidinggevende durft te gaan. Dat is gewoon onveilig."

Minder weginspecteurs op de weg

Omdat weginspecteurs zich in de steek gelaten voelen, raken ze zelf ook minder betrokken. "Dat merk je bijvoorbeeld in de bereidheid om oproepdiensten van elkaar over te nemen. Dat heeft niets te maken met collegialiteit, maar alles met hoe de dienstleiding met medewerkers omgaat: als jullie er niet voor mij zijn, dan hoef ik er ook niet voor jullie te zijn", illustreert een weginspecteur. Hierdoor zijn er minder weginspecteurs op de weg en moeten ze keuzes maken wat ze kunnen doen.

Druk is hoog

Rijkswaterstaat geeft toe dat de druk op weginspecteurs de laatste maanden hoog is, omdat het verkeer op de weg, en dus het aantal incidenten, toeneemt. "Dan wordt het lastiger om alle taken met dezelfde intensiteit te kunnen blijven uitvoeren. Rijkswaterstaat en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zijn hierover in gesprek."
Inmiddels bezwijken weginspecteurs onder de druk. Sommigen zitten thuis met een burn-out of hikken daar tegenaan. Anderen willen weg of hebben al een andere baan gevonden.
"Ik werk al decennia voor de overheid, ik moet nog maar een paar jaar", zegt een enkele weginspecteur die zijn tijd uitzit tot zijn pensioen, blij als het voorbij is.

Reactie Rijkswaterstaat en ministerie

Rijkswaterstaat en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat herkennen zich niet in het beeld van een angstcultuur, maar betreuren het als medewerkers dat anders ervaren. "Rijkswaterstaat wil een organisatie zijn waar iedere medewerker zich veilig en gehoord voelt. Als er medewerkers zijn die zorgen hebben en het gevoel hebben deze niet te kunnen uiten, dan vinden we dat heel vervelend. We gaan graag met deze collega's in gesprek. Wij realiseren ons dat sommige signalen ons wellicht niet bereiken of niet naar tevredenheid worden opgepakt en/of een vervolg krijgen. Dit blijft een aandachtspunt."
Over het gevoel bespioneerd en gecontroleerd te worden: "Leidinggevenden (teamleider, afdelingshoofd) hebben geen toegang tot het voertuigvolgsysteem. Dit is nooit aan de orde geweest en ook niet toegestaan. Alleen de wegverkeersleider heeft toegang tot het zogenaamde Numerico systeem. Een dergelijk systeem is ook noodzakelijk voor de veiligheid om in geval van nood te kunnen bepalen waar een weginspecteur zich bevindt en hulp in te kunnen roepen."
Rijkswaterstaat wil niet reageren op het verhaal van Willem Baan van Leeuwen.

Voor dit verhaal sprak Omroep Gelderland met meer dan tien weginspecteurs, de vakvereniging VPW en de Nederlandse Arbeidsinspectie. Ook hadden we inzage in interne documenten zoals e-mails, memo’s, notulen en onderzoeken.

Daarnaast maakten we gebruik van openbare bronnen, zoals rechterlijke uitspraken en jaarverslagen. Uit angst voor de gevolgen wilden medewerkers alleen anoniem hun verhaal doen. Hun namen zijn bekend bij de redactie. Het verhaal van Willem Baan van Leeuwen hebben we, aan de hand van gesprekken, interne documenten en andere bronnen, geverifieërd.

Omroep Gelderland heeft een onderzoeksredactie die misstanden aan het licht brengt. Ken jij zo'n verhaal en wil je dat aankaarten? Lees dan hier hoe je contact met ons opneemt.