Stedendriehoek

Stedendriehoek ziet bouw extra woningen wel zitten

ZUTPHEN - Volgens demissionair minister Hugo de Jonge is de Stedendriehoek Apeldoorn, Zutphen, Deventer een prima locatie voor extra grootschalige woningbouw na 2030. Dat ziet de regio in principe zelf ook wel zitten.
Het is bekend: het woningtekort in Nederland is levensgroot. Om te voorkomen dat alles vastloopt, heeft het Rijk besloten dat er tot 2030 minimaal 900.000 nieuwe huizen gebouwd moeten worden. Die opdracht wordt verdeeld over het land: zo moeten er 104.000 woningen bijkomen in Gelderland.
Demissionair minister De Jonge sloot in maart daartoe zes zogeheten regionale Woondeals met gemeenten, woningcorporaties en marktpartijen in de provincie. De meeste huizen worden gebouwd in Nijmegen (13.000), Arnhem (9.500) en Apeldoorn (9.000).

Buiten de Randstad

Maar nu blijkt dat niet genoeg. De Jonge liet deze week in een brief aan de Tweede Kamer weten dat hij buiten de Randstad in de periode na 2030 nog meer grootschalige woningbouwlocaties zoekt - van minimaal drieduizend huizen elk.
Die extra locaties zijn volgens De Jonge nodig omdat de overheid nú al verder moet kijken. Hij zoekt voor nieuwe locaties specifiek in de minder verstedelijkte gebieden van het land. In Gelderland gaat het om Apeldoorn, Zutphen en Deventer. In de plannen tot 2030 gaat het in de Gelderse gemeenten van de Stedendriehoek om zeventien grote projecten, waarvan vier in Apeldoorn en drie in Zutphen. Na 2030 moeten daar dus één of meer locaties bijkomen.

Goede balans

De regio zelf ziet de plannen wel zitten, zegt bestuursvoorzitter Ron König van de Stedendriehoek. "We zijn er blij mee dat de minister onze regio ziet als kansrijk. We hebben in het gebied een goede balans tussen stad en land, groen en groei. Het voorstel past goed bij de oplossingen die we in de regio zien om aan de toenemende vraag naar woningen te kunnen voldoen."
Volgens König is verder onderzoek naar waar de nieuwe wijken moeten verrijzen noodzakelijk. "Er zijn in ieder geval verschillende locaties in de regio waar ruimte is voor woningbouw." Er zal vooral in Apeldoorn en Zutphen gekeken worden. In Apeldoorn gaat het tot 2030 om de Spoorzone (2.000 woningen), Zuidrand (1.050), Kanaalzone (1.750) en het binnenland (1.000). In Zutphen betreft het de locaties Spoorzone/binnenstad (1.000), De Hoven (300) en Leesten Schouwbroek (300).
Brancheorganisatie Bouwend Nederland is "op zich" voorstander van meer huizen. Maar wel met een kanttekening, zegt regiomanager Wilbert Schellens van de afdeling Stedendriehoek. "We zijn blij met de extra woningen die minister De Jonge in de regio wil bouwen; onze leden bouwen natuurlijk graag."
"En we denken ook dat die extra woningen prima ingepast kunnen worden in de plannen. De keuze voor de Stedendriehoek lijkt me logisch. Maar wat ons betreft, is de eerste prioriteit nu dat de bouw van woningen uit de Woondeal zo snel mogelijk in gang wordt gezet. Laten we ons eerst focussen op de uitvoering van de eerste plannen. Dat wordt al moeilijk genoeg."

Drie keer Twello

En dan is er nog Natuur en Milieu Gelderland. De stap van De Jonge is "niet verrassend", zegt Maarten Witberg, die bij de organisatie Ruimte en Gebiedsontwikkeling in zijn portefeuille heeft. "We zien ook dat er meer huizen nodig zijn."
Maar, zegt Witberg, het gaat vooral om de vraag hoe het wordt gedaan. "Wij hopen dat er goed wordt gekeken naar de context en de juiste samenhang van bouwen met natuur en landschap. We zijn namelijk wel bang dat wanneer de buitengebieden bebouwd gaan worden, dat ten koste gaat van de natuur. Daar moet je niet met bakstenen en cementwagens overheen rollen, dus daarover willen we in gesprek."
De bouw van zo veel huizen is niet niks, aldus Witberg. "Alleen al die 17.300 huizen die er tot 2030 moeten komen. Dat is qua omvang drie keer Twello dat er gewoon bijkomt. Wij willen dat die bouw goed wordt gedaan. Bijvoorbeeld door kantoren te verbouwen of door leegstaande bedrijfsterreinen te gebruiken. We zijn niet per se voor of tegen, maar zijn en blijven wel kritisch over een goede uitvoering. Daar zullen we op blijven letten."