Noord-Veluwe

Razzia Putten herdacht met Belgische lotgenoten: 'Heel anders dan bij ons'

Vital Craeninckx legt een bloemstuk in Putten.
Vital Craeninckx legt een bloemstuk in Putten. © Gemeente Putten
PUTTEN - "We zijn écht met elkaar verbonden. Het is heel belangrijk om hier te zijn." Het zijn woorden van de Vlaamse Vital Craeninckx uit Meensel-Kiezegem. Zijn dorp en Putten hebben een bijzondere band: ook in Vlaanderen vond in 1944 een razzia plaats, waarbij een groot deel van de mannelijke bevolking werd weggevoerd. Craeninckx legde maandagavond in Putten een bloemstuk tijdens de jaarlijkse razziaherdenking.
Plechtig stapte Craeninckx maandagavond naar voren om één van de twee Belgische bloemstukken voor monument 'De Vrouw van Putten' neer te leggen. "De herdenking in Putten is prachtig en anders dan bij ons. Zo is het in Putten bijna compleet stil tijdens de plechtigheid. Heel indrukwekkend."
De Belgische delegatie is al zo'n vijftien jaar in Putten tijdens de razziaherdenking. "We hebben elkaar in Nunspeet leren kennen op een contactdag van Vriendenkring Neuengamme. Daar kwamen we achter de bijzondere gelijkenis tussen Putten en Meensel-Kiezegem."

Gijzelaars

Want ook in Meensel-Kiezegem werd een groot deel van de mannelijke bevolking in 1944 weggevoerd. "Bij ons in de gemeente is op 30 juli 1944 een collaborateur, Gaston Merckx, vermoord door het verzet. Zijn moeder eiste als represaille honderd gijzelaars voor de dood van haar zoon", vertelt Craeninckx.
"De eerste razzia vond op 1 augustus plaats. Dat was een kleinere razzia waarbij de kopstukken van het verzet zijn opgepakt. Drie mensen zijn direct gefusilleerd. De rest is naar de gevangenis van Leuven gebracht. Op 11 augustus is er een grotere tweede razzia geweest. Daarbij zijn 91 mannen opgepakt. 71 zijn er uiteindelijk weggevoerd naar de kampen. 63 dorpelingen hebben dat niet overleefd."
De herdenking in Putten.
De herdenking in Putten. © Gemeente Putten

'Samen delen'

Craeninckx vindt het belangrijk om jaarlijks in Putten de herdenking bij te wonen. "Er is bij ons niet exact hetzelfde gebeurd. Zo was er de aanslag bij ons op een Belg en in Putten op militairen. Bij ons was de razzia ook op kleinere schaal. Toch is het fijn dat we de Puttenaren hebben leren kennen en dat we met elkaar verbonden zijn. Wij komen naar deze herdenking en de Puttenaren komen ook naar ons. We hopen dat onze band blijft voortduren."
Dat vindt ook Stichting Oktober 44. "We hebben echt een bijzondere band", vertelt bestuurslid Gert van Dompseler. "Als je de geschiedenis weet, is het mooi dat je samen dingen kunt delen. En dat doen we dus elk jaar ook."

Wat gebeurde er tijdens de razzia van Putten?

In de nacht van 30 september op 1 oktober beschoten leden van de Puttense verzetsbeweging bij de Oldenallerbrug tussen Putten en Nijkerk een auto met officieren van de Wehrmacht. Daarbij kwam een Duitse officier om het leven. Een dag later volgde een wraakactie.

Iedereen die op Puttens grondgebied aanwezig was, werd opgepakt. Vrouwen en kinderen werden opgesloten in de Oude Kerk. De mannen zijn opgesloten in de Openbare Lagere School, die tot 1953 op het Marktplein stond. De bezetter sloot de ruim dertig mannelijke ‘todeskandidaten’ op in een van de ruimtes van de Eierhal.

Op zondagavond 1 oktober 1944 tegen ongeveer 20.00 uur zijn de vrouwen en de kinderen vrijgelaten en werden de 659 mannen vanuit de school overgebracht naar de Oude Kerk, waar ze een zeer onrustige nacht hebben doorgebracht. Ook dominee C.B. Holland verbleef daar die nacht.

Op maandagochtend, na een gebed van ds. Holland en het zingen van twee coupletten van psalm 84, verzen 3 en 4, werden de mannen lopend afgevoerd naar het station van Putten en vervolgens van 2 tot 11 oktober in Kamp Amersfoort opgesloten. Daar zijn nog 58 mannen wegens gezondheidsredenen vrijgelaten. Daarna is het merendeel van de Puttense mannen in concentratiekamp Neuengamme terechtgekomen. Van daaruit werden ze verdeeld over andere (sub)kampen, waaronder Ladelund. Slechts 48 van hen overleefden uiteindelijk de oorlog.