Rivierengebied

Hier werd maar één ooievaar geteld tijdens ooievaarstelling

Foto ter illustratie.
Foto ter illustratie. © Pixabay
ROSSUM - Afgelopen weekend stond de ooievaarstelling op de planning. Stichting Ooievaars Research & Knowhow (STORK) doet dat om een beter beeld te krijgen van de populatie en om te zien hoeveel van die vogels tijdens de winter in ons land verblijven. Ook bij het buitenstation in Rossum werd geteld.
Want hoeveel ooievaars blijven er? Dat verschilt nogal: een ooievaar die het ene jaar op trek gaat, kan het jaar erop in Nederland blijven. Waarom is onduidelijk. Decennia ging het niet goed met de populatie van de ooievaars. Midden jaren '70 was de ooievaar zelfs zo goed als verdwenen uit Nederland, zegt de Vogelbescherming. Via een reddingsprogramma met ooievaarsstations is voorkomen dat de soort als broedvogel in Nederland uitstierf. Intussen komt de vogel niet meer voor op de Rode Lijst.
Eén van die stations is het buitenstation in Rossum, waar Dirk Lips voorzitter is. Hij legt uit: "Normaal is de ooievaar een trekvogel. De trek is alleen niet genetisch bepaald, maar wordt ook bepaald door voedsel. De vogels die hier al een jaar of 20 zitten weten dat, als het koud wordt, ze niet naar Spanje of Afrika hoeven te vliegen, maar dat ze hier ook wat te eten krijgen. Dus die blijven in de wintermaanden." STORK wil weten hoeveel ooievaars in Nederland blijven in de winter.

'Het is wonderwel gelukt'

"Dit is een erf met een twintigtal nesten." Zo'n dertig jaar geleden is het buitenstation opgericht met als doel om de ooievaars, die toentertijd bijna waren uitgestorven, weer terug te krijgen in het landschap. Dat is eigenlijk heel goed gelukt. We zijn begonnen met twee broedparen in kooien. Die zijn gaan broeden en hebben we heel langzaam losgelaten met als doel ze weer terug te krijgen. Dat is wonderwel gelukt."

Tellen

Maar uitgerekend in het weekend van de wintertelling, is er geen ooievaar te bekennen op het buitenstation. "Dat is niet erg", zegt Lips zaterdag. "Als het koud is, er harde wind staat of het heel nat is, verschuilen de ooievaars zich achter een grond- of houtwal om beschut te zitten. Alleen als ze heel veel honger zouden hebben, waren zie hier vandaag wel geweest. Maar met dit natte weer komen insecten letterlijk bovendrijven en is er voldoende voedsel. Wij hoeven ze dus ook niet bij te voeren. We proberen ook zo min mogelijk bij te voeren. Dat is de reden dat ze er nu niet zijn." Maar volgens Lips maakt het niet uit wanneer je telt in de winter."
Zondag heeft Lips opnieuw gekeken of er iets te tellen viel, en jawel: één van de ooievaars zat op zijn of haar nest.

In totaal zijn er dit weekend 808 exemplaren geteld, meldt STORK. Beduidend minder dan vorig jaar, toen er nog 986 ooievaars werden geteld. De stichting vermoedt dat het te maken heeft met het feit dat de dieren meer verspreid over het land zitten dan in andere jaren. "Vorig jaar werden nog twee grote groepen van 150 ooievaars waargenomen, nu slechts een grote groep van 108. Veel mensen telden maar een, twee of drie exemplaren tegelijk."

Het aantal vogelmelders bleef nagenoeg gelijk met vorig jaar, terwijl in 2022 juist sprake was van een forse toename. Volgens de woordvoerster heeft het slechte weer van de afgelopen dagen daarbij vermoedelijk een grote rol gespeeld.

Zondag zat één ooievaar op zijn nest.
Zondag zat één ooievaar op zijn nest. © Dirk Lips