Arnhem en omstreken / Noord-Veluwe

Meer dode bomen in het bos: dit roofdier is er blij mee

Boommarter
Boommarter © John Surrey (Wikimedia)
RHEDEN - Boommarters zijn bezig met een flinke opmars. Waar ze tot in de jaren 90 maar heel beperkt voorkwamen, zijn de bosdieren nu in vrijwel het hele land te vinden. Veranderingen in het bos is een belangrijke oorzaak, maar ook het opwarmen van het klimaat helpt de boommarter.
Boommarters lijken qua uiterlijk sterk op de veel bekendere steenmarter. Die laatste is berucht vanwege zijn geknaag onder de motorkap, waardoor auto's onklaar worden gemaakt. Boommarters hebben het niet gemunt op de kabels van voertuigen. Deze dieren leven dan ook vooral in het bos.

Eekhoorn met vossenkop

In de bossen rond de Posbank bij Rheden doet bioloog Vilmar Dijkstra van de Zoogdiervereniging sinds 1993 onderzoek naar de boommarter. Net als op veel andere plekken in ons land gaat het hier goed met deze roofdieren. Er is voldoende voedsel en doordat kwijnende en dode bomen zoveel mogelijk blijven staan, hebben boommarters er de nest- en slaapplekken voor het uitkiezen.
Een boommarter lijkt nog het meest op een grote eekhoorn met een vossenkop, vertelt Dijkstra als hij samen met BuitenGewoon-verslaggever Laurens Tijink door het Veluwse bos loopt op zoek naar sporen...
Luister naar de radiobijdragen(1-3)

Dode boom? Lekker warm!

Op veel plekken in het bos vind je tegenwoordig dode bomen. Dat is het gevolg van het bosbeleid waarbij dood hout niet meer standaard wordt opgeruimd. Sommige dode bomen zijn omgevallen, anderen staan nog overeind, als totempalen in het bos.
Door het rottingsproces van het hout en het gehak van spechten ontstaan gaten in de bomen. Die holtes zijn ideale nestplekken voor boommarters, vertelt Dijkstra. Opmerkelijk is de temperatuur in de holtes van dode bomen. Die is hoger dan in een boomholte van een gezonde boom. Hoe dat kan, legt de bioloog zelf uit...
Luister naar de radiobijdrage (2-3)
Doordat het minder koud is in de slaap- en nestplekken van boommarters gebruiken de dieren minder energie en verkeren ze in een betere conditie. Daardoor krijgen de vrouwtjes in het voorjaar meer jongen, aldus Dijkstra. De aanwezigheid van meer dood hout in het bos ziet hij dan ook als een belangrijke reden voor de toename van het aantal boommarters in ons land. Ook het opwarmende klimaat speelt de boommarter in de kaart.

Lokkertje

Op verschillende plekken in het bos heeft Dijkstra camera's opgehangen. Om de dieren te lokken smeert hij wat broodbeleg in een potje waarmee we allemaal groot zijn geworden...
Luister naar de radiobijdrage (3-3)
Het smeersel heeft zijn werk gedaan. Op de camerabeelden is een boommarter te zien. Het is een oude bekende voor de bioloog. Edgar, zo noemt hij deze marter. Het dier is vernoemd naar de boswachter van het gebied.
Met zijn jarenlange onderzoek leert Dijkstra steeds meer over boommarters in het algemeen. Klaar met het onderzoek is hij nog lang niet. Sterker nog, hij doet ook onderzoek naar het belangrijkste voedsel voor boommarters: muizen. En hij monitort zelfs jaarlijks de hoeveelheid voedsel die er voor deze kleine knaagdiertjes in het bos aanwezig is. Alles hangt met elkaar samen, maakt Dijkstra duidelijk.
Het uiteindelijke doel van de bioloog is om voor ieder boommartervrouwtje in het gebied te kunnen voorspellen hoeveel jongen zij in een jaar zal krijgen. Daarvoor denkt hij nog vijf tot zeven jaar nodig te hebben.
BuitenGewoon Radio is iedere zondagochtend tussen 7.00 en 10.00 uur te beluisteren in het programma Zin in Zondag op Radio Gelderland.