Liemers

'Eigen schuld, dikke bult', dat zeg je nooit tegen een slachtoffer van wraakporno

Afbeelding ter illustratie.
Afbeelding ter illustratie. © ANP
ZEVENAAR - Een vrouw uit Zevenaar werd slachtoffer van wraakporno, toen haar toenmalige vriend honderden foto's van haar deelde op sekssites. Niet iedereen ziet haar echter als slachtoffer. Onacceptabel, vindt Slachtofferhulp Nederland.
Op de sociale media van Omroep Gelderland wijzen verschillende mensen met een priemende vinger naar de Gelderse, na het zien of lezen van haar verhaal. "Weer zo'n zielig geval, achteraf lopen zeuren", "eigen schuld, dikke bult", "zo naïef, maak dan geen foto's" en "je zet jezelf nog meer voor schut", zeggen ze. Volgens Slachtofferhulp Nederland kunnen dit soort opmerkingen nog meer schade aanrichten bij het slachtoffer en het herstelproces in de weg staan.
De vrouw uit Zevenaar wist niet dat er foto's van haar bestonden waarop ze naakt te zien was. In sommige gevallen weten mensen wel dat er zulke foto's van hen bestaan: omdat ze die zelf gemaakt hebben of die door een partner hebben laten maken. Het hoort bij de sexting-trend die de laatste jaren zichtbaar is geworden. Eén op de acht jongeren doet aan sexting en bij volwassenen is dat percentage ook groeiend, weet Slachtofferhulp Nederland.
Wat is sexting?
Sexting is een samentrekking van de Engelse woorden sex en texting (sms'en). Wie seksueel getinte berichten stuurt of een weinig verhullende foto van zichzelf aan iemand stuurt, doet aan sexting. Dat fenomeen maakt inmiddels deel uit van een normale seksuele ontwikkeling: die ontwikkeling vindt meer en meer online plaats, zeggen de deskundigen.
Sexting hoeft op zichzelf niet gevaarlijk te zijn. Wie zonder toestemming (naakt)foto's van anderen doorstuurt, maakt zich echter schuldig aan ongewenste sexting. Daar speelt Slachtofferhulp Nederland dan ook op in met een campagne die sinds september loopt. In 2020 gaf 5 procent van alle Nederlanders onder 16 jaar aan wel eens slachtoffer te zijn geweest van online seksuele intimidatie. 6 procent van de jongens en 13 procent van de meisjes heeft dan al minstens één negatieve ervaring gehad met sexting.
Je moet slachtoffers geen trap na willen geven
En slachtoffers van seksueel geweld, of dat nu fysiek heeft plaatsgevonden of online, geef je geen trap na, zegt Roy Heerkens van Slachtofferhulp Nederland. "Dat noemen we victim blaming: de schuld bij het slachtoffer neerleggen. Van dit soort reacties weten we dat die soms nog méér impact hebben op het slachtoffer dan het delict zelf. Je moet ze geen trap na willen geven. Ze zitten al in een kwetsbare positie en moesten al een enorme drempel over om hun verhaal te delen, dus stel je steunend op en reageer op een positieve manier. Hoe? Nou, door bijvoorbeeld te zeggen: wat naar dat je dit hebt meegemaakt."
Afbeelding ter illustratie.
Afbeelding ter illustratie. © Pexels

Evenveel impact als aanranding

Online is het eenvoudig snel een reactie te plaatsen op een verhaal als dat van de Zevenaarse. Wat mensen zich daarbij echter niet realiseren, zegt Heerkens, is de impact van ongewenste sexting op het slachtoffer. "Het ongewenst doorsturen van foto's en video's kan evenveel impact hebben als een aanranding of verkrachting. Dus degenen die denken: je raakt er niet zwanger van, je loopt er geen geslachtsziekte van op en het waait wel weer over, die hebben het mis. Maar de impact is groot en kan leiden tot vertrouwproblematiek, angsten, depressies en suïcidale gedachten."
Gevoelens van schuld en schaamte zijn heel begrijpelijk, maar niet terecht
Slachtofferhulp Nederland denkt op alle mogelijke manieren mee met slachtoffers van online seksueel geweld. Door te luisteren, steun te bieden en mee te helpen de wraakporno voorgoed offline te krijgen. Dat laatste is moeilijk, maar niet onmogelijk. Heerkens: "Mijn boodschap aan slachtoffers is: de gevoelens van schuld en schaamte die je ervaart zijn heel begrijpelijk, maar niet terecht. Je hebt niets verkeerds gedaan! De dader is verantwoordelijk."
"Ik raad slachtoffers ook echt aan hulp te zoeken. We krijgen soms wanhopige jongeren aan de telefoon, die zeggen: het hoeft van mij niet meer. Maar je kunt altijd iets doen. We hebben een online community opgezet waar lotgenoten samenkomen en jongeren, eventueel anoniem, hun verhaal kunnen delen. Dat kan bijdragen aan erkenning en herkenning."