Stedendriehoek

Donorkind Emma heeft twee moeders: 'Dan zul je ook lesbisch zijn'

Donorkind Emma met haar moeders
Donorkind Emma met haar moeders © Omroep Gelderland
ZUTPHEN - Als donorkind van een lesbisch stel heeft Emma Remerie-Spek (34) haar leven lang te dealen met vooroordelen. De homorelatie en het gemis van een vader drukten een stempel op haar leven. Niet omdat ze haar donorvader niet kende, maar vanwege de reacties daarop in haar omgeving. Nu strijdt Emma voor meer begrip en openheid.
'Zijn je ouders gescheiden?', is de vraag die Emma vaak krijgt gesteld. “Als ze horen dat ik twee moeders heb, schrikken mensen: 'Oh jeetje. Dan zal je je vader wel heel erg hebben gemist'. Dat heb ik nooit zo ervaren. Waarop de reactie komt: 'Dan heb je vast moeite met mannen in je leven'. Of ze denken: 'Dan zul je ook lesbisch zijn'.”
Niks daarvan is waar. Emma is gelukkig getrouwd met een man en heeft twee jonge kinderen. Zelf opgegroeid met twee moeders heeft Emma een fijne jeugd. Toch merkt ze al jong dat haar situatie 'anders' is.

Uitgescholden

“Met twee moeders heb ik veel discriminatie meegemaakt. Eén van mijn moeders is overleden. Zij was qua uiterlijk geen vrouwelijke vrouw: ze zou nu non-binair zijn, dat past het meest bij haar. Ze werd uitgescholden op staat. Nare dingen werden geroepen. Soms werd het dreigend. 'Drink maar gauw je Fristi op', zei ze dan. Het maakte diepe indruk op mij als kind. Ik vond het echt verschrikkelijk.”
Emma is het eerste donorkind dat in Zutphen ter wereld kwam, denkt ze. “Het was eind jaren 80. Mijn twee moeders hadden een kinderwens. Lesbische koppels werden toen niet geholpen door artsen. Maar in Zutphen wilde een gynaecoloog dat wel en maakte een match. Dat gebeurde anoniem, maar wel met de belofte dat we vanaf ons zestiende contact konden opnemen met de donor.”

Donor ontmoet

Later werd ook haar broertje geboren, van dezelfde donor. Emma's moeders gingen uit elkaar toen ze ongeveer 2 jaar oud was. Daarna kreeg één van de moeders een relatie met een andere vrouw. “Die zie ik ook als moeder. Ik had niet veel behoefte aan contact met mijn donorvader. Maar mijn broertje wel. In 2018 hebben we onze donor ontmoet. We hebben regelmatig contact. Ik lijk veel op hem.”
Emma met één van haar moeders, die inmiddels is overleden
Emma met één van haar moeders, die inmiddels is overleden © Eigen foto
Nare ervaringen en vooroordelen over haar gezinssituatie hebben Emma gevormd: “Ik heb in mijn gezin andere dingen meegekregen: ik ben extreem activistisch geworden. Ben veel bezig met de positie van de LHBTIQ-gemeenschap, daar ben ik dankbaar voor. Dat had ik niet gehad als ik in een normaal gezin was opgegroeid”.

Confrontatie

Kinddonorschap is onderbelicht, vindt Emma. Daarom daagt ze mensen uit om komende zaterdag de confrontatie aan te gaan met hun eigen vooroordelen. In de CODA bibliotheek in Apeldoorn kunnen bezoekers in Emma's belevingswereld stappen door haar het hemd van het lijf te vragen. “Ik ben geen raar iemand, heb alleen een andere ontstaanswijze. Als iemand er anders over denkt, ga ik graag in gesprek. Dat is geen enkel probleem.”
In gesprek met Emma? Op zaterdag 26 november van 12.00-16.00 uur is ze als 'levend boek' te lezen in de CODA Centrale Bibliotheek in Apeldoorn. Tijdens 'Living Library' kunnen bezoekers ook in gesprek met bijvoorbeeld een non-binair persoon en iemand die moeite heeft met lezen en schrijven en dat jarenlang voor zijn omgeving verzweeg. Toegang is gratis.
“Veel mensen denken dat het heel erg is als je geen vader hebt. Maar ik heb geen vader gemist in mijn opvoeding. En toch, nu ik mijn donorvader heb ontmoet, denk ik: het is wel een aanvulling om te weten wie hij is. Vooral omdat ik niet op mijn moeder en broertje lijk. Ik heb zijn blauwe ogen. Het was een soort openbaring.”

Meer regie

“Daarom ben ik wel anders gaan denken over het donorschap. Dat iedereen kinderen moet kunnen krijgen, daar ben ik niet meer voor. Ik ben gematigder geworden en vind dat het de meest ideale situatie zou zijn als de vader een bekende is, zodat het kind meer regie heeft over het ontmoeten van de vader.”
Emma vindt dat ze geluk heeft gehad met de mogelijkheid om haar vader te ontmoeten. “Hij had ook nee kunnen zeggen. Dan heb je geen poot om op de staan als donorkind. Mijn vader is een heel lieve man, maakt altijd tijd voor me. Een vader-dochterband is er niet, hij is meer een soort lieve oom.”
Ik heb 30 'halfjes'. Mijn donorvader was een hele goede.
Donorkind Emma Remerie-Spek
“Hij was een 21-jarige student destijds. Een wereldverbeteraar: hij vond dat iedereen kinderen moet kunnen krijgen. Ik heb 30 'halfjes', zoals we de gelukte zwangerschappen in een gezamenlijke appgroep noemen. We kennen er nu 10 of 11. Het maximum was 20-25 kinderen, maar mijn donorvader was een hele goede”, vertelt Emma.
“Ik vind het leuk om halfzussen te ontmoeten die erg op mij lijken. Maar het nadeel is: ik heb zelf ook kinderen. Die lopen een redelijke kans om tegen neefjes aan te lopen waarmee ze geen relatie kunnen beginnen. Het schijnt dat je wordt aangetrokken tot je eigen familie. Dat vind ik een naar idee.”
“Ouders hoeven hun kind niet te vertellen dat ze zijn verwekt door een donor”, weet Emma, die vindt dat dat anders moet. “Dus politiek: doe je ding! Ik ben bewust wat actiever geweest in het onderhouden van contact met alle 'halfjes', om te weten wie het zijn en waar familie rondloopt.”

Veel praten

De meeste vooroordelen kreeg Emma op latere leeftijd voor haar kiezen. “Op het werk, of op een andere manier. Omdat ik een reageerbuisbaby ben, maar vooral omdat ik twee moeders heb. Dat vinden mensen lastig. Het helpt om er veel over te praten. Ik heb een sterk rechtvaardigheidsgevoel ontwikkeld.”
Emma heeft een 'interne drive' gevonden om iets terug te doen voor de mensen die haar mede hielpen opvoeden. Ze startte een project om homoseksualiteit in verpleeghuizen meer zichtbaar te krijgen. “Ze zeggen: 'Hier zijn geen homo's of lesbo's. Maar ze zijn er zeker. Het idee is om iets visueels te ontwikkelen, zoals een fotoserie. Want de wereld moet voor iedereen een leuke plek zijn om te leven.”
Voor 2004 was er geen verplichte registratie van behandelingen met kunstmatige inseminatie met donorzaad. Donoren die in die periode gedoneerd hebben en donorkinderen die destijds verwekt zijn kunnen door middel van de Fiom KID-DNA Databank op zoek naar verwanten. Sinds de oprichting van die databank in 2010 hebben 886 donoren en 2.674 donorkinderen zich aangemeld (t/m 31 augustus 2022). (bron: Fiom.nl)