Gelderse Vallei / Achterhoek

Dit is waarom vijf pluimveebedrijven in Lunteren toch níet werden geruimd

Er waren dit jaar al meermaals uitbraken van vogelgriep in de omgeving van Lunteren.
Er waren dit jaar al meermaals uitbraken van vogelgriep in de omgeving van Lunteren. © ANP
LUNTEREN - Vijf van de zeven pluimveebedrijven die preventief geruimd zouden worden rond het door vogelgriep besmette bedrijf in Lunteren, worden toch niet geruimd. Dat heeft minister Piet Adema bekendgemaakt in een brief aan de Tweede Kamer. De middelen en de tijd ontbreken om binnen een tijd te ruimen dat het nog zinvol is. Dit betekent ook dat er in de afgelopen week een verhoogd risico op besmetting in de omgeving is geweest.
Preventief ruimen moet uitbreiding van besmettingen voorkomen. Het risico hierop is groter in gebieden met een hoge dichtheid van pluimveehouderijen, zoals in Lunteren. Belangrijk hierbij is de incubatietijd: de tijd tussen de daadwerkelijke besmetting en dat het zichtbaar wordt. Zodra de besmetting heeft plaatsgevonden is een bedrijf ook besmettelijk voor de omgeving, dit kan dus al het geval zijn vóór de besmetting aan het licht is gekomen.
De incubatietijd is niet altijd hetzelfde. In het geval van de besmetting in Lunteren - in een omgeving met vooral kippen - is uitgegaan van negen dagen. Op vrijdag 21 oktober werd bij het bedrijf vogelgriep vastgesteld. Om het verspreidingsrisico te beperken wordt bij voorkeur binnen een paar dagen preventief geruimd. De minister legt in de brief aan de Kamer echter uit dat dit niet is gelukt, onder andere omdat de levering van het kooldioxidegas, waarmee de kippen worden gedood, beperkt leverbaar is door de energiecrisis.

Nog niet klaar met ruiming andere bedrijven

Bovendien was de NVWA op 22 en 23 oktober nog bezig met het ruimen van besmette bedrijven op andere plekken in Nederland. De besmette bedrijven worden als grootste risicofactor gezien en daarom als eersten geruimd. Uiteindelijk werden op maandag 24 oktober en dinsdag 25 oktober twee bedrijven geruimd in Lunteren die het dichtst bij het besmette bedrijf lagen.
De NVWA bereidde volgens Adema de preventieve ruiming van de andere vijf bedrijven voor, toen bleek dat deze officieel bezwaar aantekenden. Dit gebeurde op 26 en 27 oktober volgens een zogenoemde voorlopige voorziening. De ruiming mag dan niet plaatsvinden voordat er een uitspraak van de rechter is.
Op 27 oktober werden de bezwaren behandeld. Volgens de minister voerden de pluimveehouders aan dat een preventieve ruiming niet zinvol meer zou zijn, aangezien er al veel tijd was verstreken en hun kippen geen ziekteverschijnselen hadden. De kans op besmetting zou steeds lager worden. "Ik realiseer me dat als de incubatietijd is verstreken en geen ziekteverschijnselen zijn gezien, het niet erg waarschijnlijk is dat de bedrijven besmet zijn", schrijft de minister in zijn brief.

Rechter staat ruiming toe

Maar omdat de incubatietijd nog niet is verstreken en de minister de risico's zo klein mogelijk wil houden, wil hij het toch doorzetten. Hij wordt daarin gesteund door de rechter. Deze doet op donderdag 27 oktober de uitspraak dat er toch mag worden geruimd, maar dan moet het wel voor zaterdagavond 22.00 uur zijn afgerond, inclusief het rapen en afvoeren van de kadavers en de eerste reiniging en desinfectie van de stal.
Dat lijkt dus goed nieuws voor Adema, totdat er diezelfde dag nog een nieuwe besmetting in Neerkant wordt vastgesteld. En omdat vastgestelde besmettingen voorrang krijgen, wordt op vrijdag 28 oktober eerst dáár geruimd.
De deadline van de rechter wordt daarmee nog moeilijker haalbaar en omdat de hoeveelheid gas ook beperkt is, neemt Adema nu het besluit om deze vijf bedrijven niet meer te ruimen. Wel zullen ze extra in de gaten worden gehouden. Adema benadrukt in de brief dat de situatie is ontstaan door een samenloop van omstandigheden en dat hij op basis van deze situatie geen aanleiding ziet om het beleid van preventief ruimen nu te veranderen.

Zorgen over de toekomst

Wel maakt hij zich zorgen over de beperkingen van het kooldioxidegas en de tijdsdruk die mede daardoor kan ontstaan. Verder noemt de minister de huidige vogelgriepsituatie niet houdbaar. Hij vindt dat er een oplossing moet komen voor het preventief ruimen. Adema noemt een lagere pluimveedichtheid in bepaalde gebieden als oplossing. Verder wil hij dat het mogelijk maken van vaccinatie sneller van de grond komt.