Arnhem en omstreken / Achterhoek

Verkeersdrukte door mist: wanneer gebruik ik de mistlampen?

Er was dinsdag extra verkeersdrukte door de mist.
Er was dinsdag extra verkeersdrukte door de mist. © Omroep Gelderland
ARNHEM - Het KNMI gaf woensdagochtend code geel in Gelderland vanwege plaatselijk dichte mist. Ook in het westen en oosten van Nederland hing de mist met een zicht van minder dan 200 meter. Het wordt weer vaker mistig en dat zorgt voor extra verkeersdrukte. Gelukkig heeft een auto mistverlichting, maar wanneer mogen die mistlampen op je auto eigenlijk aan?
Op de A50 stonden dinsdagochtend lange files, nadat bij knooppunt Ewijk een ongeluk gebeurde in de dichte mist. Tijd voor mistverlichting dus.
Onder meer de ANWB en de Rijksoverheid hebben veel informatie over mistlicht. Volgens de ANWB mag je mistlampen gebruiken bij 'zeer dichte mist'. De mistverlichting aan de voorkant mag ingeschakeld worden bij minder dan 200 meter zicht. Aan de achterkant is dat pas bij 50 meter.
De Rijksoverheid vult aan dat de mistverlichting ook mag ingeschakeld bij sneeuwval. Ook bij heftige buien mogen de mistlampen aan de voorkant aan. De mistachterlichten mogen bij regen niet aan.

Hoe weet je wat 200 meter is?

Het is allemaal leuk en aardig, die 200 meter. Maar hoe ver is dat nou? Daar heeft meteoroloog Johnny Willemsen van Weerplaza wel tips voor. “Op de snelweg betekent 200 meter twee hectometerbordjes”, legt Willemsen uit. “Die staan rechts langs de weg. Lantaarnpalen staan in Nederland gemiddeld 75 meter uit elkaar, dus twee of drie lantaarnpalen is ook een goede maatstaf.” Voor 50 meter geldt één lantaarnpaal dus als goede maatstaaf.
Willemsen vult nog aan dat veel moderne auto's automatische verlichting hebben, die niet werkt bij mist overdag. Dan is het voor de sensor niet donker genoeg. De weerman adviseert dan ook om handmatig het dimlicht of de mistlampen aan te zetten.
Let wel op met het gebruik van mistlampen. Op 'onterecht gebruik' staat een boete. In de praktijk komt het maar weinig voor dat mistachterlicht gevoerd mag worden.
En hoe zit dat met de snelheid? "Bij mist verdubbel je de afstand tot je voorganger en je halveert je snelheid", stelt de ANWB. "Dan heb je meer tijd om te handelen als er iets onverwachts gebeurt. Met dezelfde snelheid doorjakkeren in de veronderstelling dat anderen je wel zien is vragen om problemen."

Wanneer gebruik je de andere lichten?

Er zitten natuurlijk meer lichtjes op een auto. In de onderstaande afbeelding staat hoe je lampjes kunt herkennen op je dashboard.
Lees verder voor de regels omtrent deze verlichting.
Zo herken je verlichting op je dashboard.
Zo herken je verlichting op je dashboard. © Omroep Gelderland
  • Dimlicht moet gebruikt worden in het donker of bij slecht zicht overdag, bijvoorbeeld bij slecht weer. Als de mistlampen branden, hoeven de dimlichten niet aan, er bestaat zelfs een kans dat je dan als bestuurder jezelf verblindt.
  • Grootlicht geeft een beste bak licht en verblindt gemakkelijk andere weggebruikers. Het mag alleen in het donker gebruikt worden. Zodra er tegenliggers zijn of andere auto's voor je rijden, moet het dimlicht weer gevoerd worden. Grootlicht mag zowel binnen als buiten de bebouwde kom worden gebruikt.
  • Met stadslicht branden de achterlichten en twee kleine lampjes aan de voorkant. Het is bedoeld om tijdens het parkeren in te schakelen. Het is verplicht als je in het donker of bij slecht zicht buiten de bebouwde kom op de rijbaan parkeert. Je kunt het voeren tijdens het rijden, maar bij slecht zicht of in het donker is dimlicht verplicht.