Arnhem en omstreken

Arnhemse achterstandswijken krijgen langdurige investering van kabinet

Marcouch met een aantal van de betrokken bewindspersonen.
Marcouch met een aantal van de betrokken bewindspersonen. © Gemeente Arnhem
ARNHEM - Het kabinet wil zeker de komende vijftien tot twintig jaar investeren in de vijf Arnhemse achterstandswijken die inmiddels bekend staan onder 'Arnhem-Oost'. In totaal zijn landelijk twintig van deze gebieden aangewezen waar 1,2 miljoen mensen wonen. Arnhem-Oost is het enige Gelderse gebied.
Vanwege de breedte van de aanpak zijn er liefst acht ministers en een staatssecretaris betrokken. Minister Hugo de Jonge is de kartrekker. De aftrap was maandag in Schiedam.
Opgeteld is er voor miljarden aan incidenteel en structureel geld beschikbaar dat voor deze probleemgebieden kan worden ingezet. Onduidelijk is nog hoeveel daarvan precies naar Arnhem-Oost gaat. Ook niet alle potjes zullen volledig opgaan aan die probleemgebieden. In samenspraak met het Rijk zullen gemeenten met de betrokken partijen concrete actieplannen moeten gaan voorleggen. Die moeten onder meer een betere leefomgeving met goede woningen opleveren, kinderen en jongeren ontwikkelkansen geven en meer werk en minder schulden tot gevolg hebben. Ook moet de veiligheid verbeteren.

'Wij waren pioniers'

In de Arnhemse wijken Malburgen, 't Broek, Klarendal, Presikhaaf en Geitenkamp is daar al mee begonnen, weet burgemeester Ahmed Marcouch. "Wij waren aan het pionieren. Maar we deden dingen los en dat wordt nu gecoördineerd." Zo worden er in deze buurten de komende jaren huizen opgeknapt en verduurzaamd, is er een brede aanpak om jongeren uit de drugscriminaliteit te houden en lopen er projecten met ondernemers om minder kansrijke jongeren aan het werk te helpen, somt de burgervader op.
"We willen de verloedering en verpaupering aanpakken en kansen van inwoners vergroten." Dat heeft volgens hem te lang stil gestaan. "Als je door Presikhaaf loopt, kun je letterlijk aanwijzen waar de vernieuwingen en verbeteringen zijn gestopt."

'Recht om milieu te ontstijgen'

Kinderen hebben daarbij wat Marcouch betreft prioriteit. "Die hebben het recht om een afslag te kunnen nemen en het milieu waar ze uit komen te ontstijgen. Dat heb ik zelf ook ervaren door goede onderwijzers en een vader die wilde dat ik het beter zou hebben."
Een nationaal programma voor deze aanpak met één landelijk aanspreekpunt is belangrijk voor de effectiviteit, meent Marcouch. Dat kan makkelijker de juiste middelen en wetgeving beschikbaar maken. Ook denkt de burgemeester op deze manier zijn beleid dat deels met incidenteel geld wordt betaald, langdurig vast te kunnen houden en intensiveren. "En wellicht biedt het ook ruimte voor nieuwe initiatieven." Verder moeten deelnemende gemeenten van elkaar gaan leren: wat werkt en wat niet.
Volgens Marcouch moet er vooral niet te veel over worden gepraat, maar moet de gemeente daden laten zien om het vertrouwen van de inwoners te herstellen. "Dat kan beginnen met het opruimen van weesfietsen en het simpelweg herstellen van dingen die kapot zijn. Maar ook door het ondersteunen van jongeren met taal, rekenen en sport en hen rolmodellen te bieden."

'Illusie van zelfredzaamheid'

Dat de 'illusie van de zelfredzaamheid' nu wordt losgelaten, vindt Marcouch al winst. "Dat we van die onverschilligheid af zijn. Niet iedereen kan het alleen. Mensen hebben steun van de overheid nodig."
Marcouch haalt een opmerking aan van een vrouw uit Malburgen die hem geraakt heeft. "Ze zei me dat ze het gevoel heeft dat wij ons drukker maken over een grasspriet in Sonsbeek dan dat we omkijken naar hen. Zij moet weten dat het nu menens is."

Zie ook: