Noord-Veluwe

Staat niet verantwoordelijk voor leed van afstandsmoeder Trudy: 'Ik voel me onbegrepen'

Trudy Scheele-Gertsen moest in 1968 gedwongen haar baby afstaan.
Trudy Scheele-Gertsen moest in 1968 gedwongen haar baby afstaan. © ANP
DEN HAAG - De Staat is niet verantwoordelijk voor wat Trudy Scheele-Gertsen is overkomen. Wel zei de rechtbank dat de nu 75-jarige Epese 'diep verdriet is aangedaan'. Scheele-Gertsen moest in 1968 haar baby direct na de bevalling afstaan. "Dit voelt als verdriet op verdriet."
In 1968 werd Scheele-Gertsen ongehuwd moeder, maar na de geboorte werd het kind in het tehuis voor ongehuwde moeders van de Paulastichting in Oosterbeek bij haar weggehaald. Dat terwijl ze zelf voor haar zoon wilde zorgen. Ze spande samen met Bureau Clara Wichman, een belangenorganisatie voor afstandsmoeders, een zaak aan tegen de Nederlandse staat die zou hebben 'weggekeken'.
De rechtbank zegt het verdriet 'gelezen, gezien en gehoord' te hebben, maar zegt ook dat 'niet vast staat dat zowel de Staat als de Raad voor de Kinderbescherming juridisch verwijtbare fouten heeft gemaakt'.

'Samenspel religieuze, maatschappelijke en sociale waardes'

De rechtbank zegt dat de tijdsgeest de belangrijkste reden is voor de afwijzing. De invulling van het werk van de Staat en de Raad voor de Kinderbescherming in de periode tussen 1956 en 1984 passen bij de opvattingen die destijds golden over ongehuwde moeders, zo stelt de rechtbank. Dat noemden ze een gevolg van 'samenspel tussen religieuze, maatschappelijke en sociale waardes van die tijd'.
Ook zei de rechtbank dat de Raad voor de Kinderbescherming ongehuwde moeders niet heeft geholpen om de kinderen op te voeden. Maar dat was volgens de rechtbank ook niet de taak van de raad. Daarnaast benoemt de rechtbank ook dat de vorderingen verjaard zijn en dat er 'niet of moeilijk gesproken kan worden van verborgen schade'.

'Kil'

De rechtbank noemt de aanleiding voor de procedure 'intriest'. "Naar schatting hebben tussen 13.000 en 14.000 vrouwen tussen 1956 en 1984 één of meerdere kinderen afgestaan. Ongehuwd zwangere vrouwen werden destijds gestigmatiseerd als gevallen vrouwen omdat ze buiten het huwelijk om seksuele gemeenschap hadden. Het is met de blik van nu moeilijk te bevatten hoe destijds gedacht werd over het doen van afstand van een kind", zo sprak de voorzitter.
Ze richtte zich ook rechtstreeks tot Trudy Scheele-Gertsen: "U is diep verdriet aangedaan", zo zegt de voorzitter. De rechtbank kondigde van tevoren aan dat de uitspraak 'kil' zou zijn.
Ik voel me onbegrepen
Scheele-Gertsen noemt de uitspraak heel teleurstellend. "Voor mezelf, maar ook voor alle andere vrouwen. Het voelt als verdriet op verdriet. Ik voel me onbegrepen. Deze rechtszaak was de laatste strohalm en die is nu ook verdwenen."
Scheele-Gertsen ontmoette haar zoon in 2018. Ze hebben nog steeds contact.