Stedendriehoek

Gevallen? Druk op de alarmknop van je sieraad

ZUTPHEN - Recent nog een gebroken heup, maar ook hechtingen in haar hoofd na een ongelukje in de douche. Fien Konter (87) uit Zutphen valt af en toe. "Dan gebeurt er iets in m'n hoofd en dan lig ik er opeens." Ze draagt al jaren een alarmknop, waardoor ze bij een valpartij snel iemand kan bereiken. Die knop stopte ze tot voor kort wel ver weg onder haar kleding. Maar door een nieuwe uitvinding is dat nu verleden tijd.
Een alarmknop wordt standaard aangeboden aan een koord of in de vorm van een polsbandje. Huisartsen raden zo'n alarm vaak aan bij ouderen, die steeds langer thuis blijven wonen. Drukken ze op het knopje, dan maak je contact met een zorgmedewerker of een familielid. In de praktijk blijkt alleen dat als ouderen vallen, ze de alarmknop lang niet altijd bij de hand hebben.

Eenzame nacht in bad

Met schrijnende situaties tot gevolg, ziet huisarts Patty Slofstra uit Zutphen. "Ik heb een keer meegemaakt dat een dame de hele nacht in bad heeft gelegen. Die was op de badrand gaan zitten en achterover gevallen en kon er niet uitkomen." Een alarm had ze niet bij de hand. Pas de volgende ochtend kwam er een familielid.
Bekijk een video over het bijzondere alarm:
Gevallen? Druk op de alarmknop van je sieraard
"Dat zijn hele langzame uren, pijnlijk en eenzaam", zegt Slofstra over het incident, dat niet op zichzelf staat. Wekelijks krijgt de huisarts telefoontjes over ouderen die vervelend zijn gevallen. "Het gebeurt vaak in huis. En wat heel jammer is, is dat mensen vaak wel een alarmknop hebben, maar geen zin hebben om hem te dragen en hij ergens in de kast of in een la ligt. Dat is niet handig."
Er zijn ook mensen die de knop juist wél graag dragen, omdat ze bang zijn om te vallen als ze alleen thuis zijn. "Het geeft sommige mensen een gevoel van veiligheid, maar je hebt ook zat 80-plussers die zeggen: ik ben toch niet oud!" Zij weigeren dan ook vaak het alarm te gaan dragen. "Het is een duidelijk teken van je kwetsbaarheid, van het ouder worden, van het verval: iets wat mensen vaak niet willen weten."

'Lelijk ding'

Manon Bagijn, eigenaresse van een sieradenwinkel in Zutphen, hoort soortgelijke verhalen van een bevriende ambulancechauffeur. "Hij zei dat hij vaak mensen moet ophalen die gevallen zijn en de alarmknop niet bij de hand hadden." Op de vraag waarom ze hem niet dragen, hoort de ambulancemedewerker dat mensen het een lelijk ding vinden, en bovendien stigmatiserend. "Hij vond dat we daar iets mee moesten doen."
Al brainstormend komt het duo op een idee. "Kunnen we de personenalarmering in plaats van aan een koord verwerken in mooie sieraden?" Nu, een jaar later, ligt de eerste collectie in Bagijn's winkel, onder de naam Sylia. In de armbanden en kettingen zit een hoesje, waar je een alarmknop in klikt. "Wij hopen hiermee dat ze hem niet meer verstoppen of vergeten, maar hem echt om doen, voor hun veiligheid", zegt Bagijn.
Manon Bagijn met haar sieraad en een reguliere personenalerming.
Manon Bagijn met haar sieraad en een reguliere personenalerming. © Omroep Gelderland
Huisarts Slofstra denkt dat het zeker kan helpen om meer mensen het alarm te laten dragen. "Zo valt het niet op dat het een alarm is. Voor sommige mensen zal het niks uitmaken, maar voor mensen die op deze manier wel zo'n alarm gaan dragen, is het winst."

Ook voor jongeren

Bij personenalarmering wordt al snel aan ouderen gedacht, maar Bagijn wil zich ook richten op jongeren die bijvoorbeeld slecht ter been zijn en ook een alarm dragen. "Die moeten we ook niet vergeten. Samen met onze goudsmid kunnen we ook custommade een sieraad ontwikkelingen."
De eerste kettingen en armbanden heeft Bagijn inmiddels bezorgd bij klanten. Fien Konter ontving deze week haar ketting, waar een alarmknop in verstopt zit. "Het was niet echt iets waar ik trots op was, daarom stopte ik hem onder m'n kleding. Dat doe ik nu met deze niet meer."
Naar schatting maken 250.000-280.000 ouderen in Nederland gebruik van personenalarmering. Als gevolg van vergrijzing en extramuralisatie van zorg is een toename van het aantal gebruikers te verwachten, stelt NIVEL, het onderzoeksinstituut van de gezondheidszorg.