Waarom deze Gelderlander alsnog een standbeeld moet krijgen

Jacob Jan Cremer
Jacob Jan Cremer © Publiek domein
DRIEL - ‘Doorluchtige Vorst! Edele en Grootmagtige wetgevers in den Staat! Ziet: aan uwe en mijne kleederen, waaraan de handjes dier kleinen werkten, kleven droppelen bloeds; ja de droppelen bloeds der arme in Nederland vermoorde fabrieks-kinderen.’ Dit zijn de slotregels van het magistrale pamflet ‘Fabriekskinderen’ dat Arnhemmer Jacob Jan Cremer in 1863 schreef. Het was dit pamflet dat er voor zorgde dat de publieke opinie kantelde en er een wet werd aangenomen tegen kinderarbeid. Hoewel die wet bekendstaat als het Kinderwetje van Van Houten, naar het kamerlid Samuel van Houten die het wetsvoorstel indiende, was het Cremer die de drijvende kracht op de achtergrond was.
Jacob Jan Cremer wordt op 1 september 1827 in een vermogende familie in Arnhem geboren. Zijn ouders hebben fortuin gemaakt in de tabakshandel en wonen aan het Velperplein. Daarnaast bezitten de Cremers buitenplaats ‘de Olmenhof’ bij Driel.
Van kinds af aan heeft Jacob Jan meer belangstelling voor kunst en toneel dan voor school. Daarom besluiten zijn ouders hem een kunstopleiding te laten volgen. Hij is een romantische schilder die zijn inspiratie in het Gelderse landschap zoekt. Zo schildert hij de bekende Wodanseiken bij Wolfheze.
Wodanseiken bij Wolfheze door Jacob Jan Cremer
Wodanseiken bij Wolfheze door Jacob Jan Cremer © Publiek domein
Maar al snel blijkt dat zijn hart meer uitgaat naar schrijven en literatuur, dan naar schilderen: ‘Inkt vloeit beter dan verf’ schrijft hij in een brief aan collega-schilder Johannes Bosboom.
En dat schrijven legt hem geen windeieren. Zijn 'Betuwsche Novellen’ en vooral de in streektaal geschreven ‘Over-Betuwsche Novellen” worden een bestseller. Cremer is een van de eersten die van het schrijven kan leven. Dat komt ook omdat hij een magistrale voordrachtskunstenaar is.
Overal waar zijn optredens worden aangekondigd, lopen de zalen vol. Een deel van de opbrengst schenkt hij vaak aan goede doelen zoals de slachtoffers van een watersnood in Gelderland en Overijsel.
Nicolaas Beets karakteriseert zijn optreden met: ‘Wie Cremer leest, kent slechts zijn twintigst deel, alleen wie Cremer hoort, kent hem geheel.’

Fabriekskinderen, een bede doch niet om geld!

In 1863 gebruikt Cremer zijn bekendheid om de misstanden rond kinderarbeid aan de orde te stellen. Op verzoek van een goede vriend heeft hij een bezoek gebracht aan een textielfabriek in Leiden.
Op een bijeenkomst in Den Haag houdt hij een vlammend betoog dat eindigt in een oproep aan koning Willem III om een einde te maken aan deze misstand. De tekst wordt later uitgegeven onder de titel ‘Fabriekskinderen, een bede doch niet om geld.' De politiek reageert geschokt, maar er gebeurt niets.
Fabriekskinderen
Fabriekskinderen © Publiek domein
In 1870 schrijft Cremer nogmaals een pamflet en dit keer wordt de kwestie opgepakt door Samuel van Houten. Toch heeft het kinderwetje maar een beperkt effect: het gaat alleen om fabrieksarbeid en is niet toepasselijk op huiselijke- en persoonlijke diensten en veldarbeid.
Dat betekent dat op het platteland kinderen onder de twaalf nog steeds zwaar lichamelijk werk mochten doen of als bediende in de stad te werk gesteld mochten worden. Pas in 1901 met de invoering van de leerplicht komt hier een einde aan. Cremer mag dat niet meer meemaken. Hij overlijdt in 1880.

Ridders van Gelre halen Cremer uit de vergetelheid

In de negende etappe van hun grandtour door de negentiende eeuw ontmoeten de Ridders van Gelre Henk Eijssens uit Arnhem, Cremer kenner bij uitstek. Volgens hem is ‘Fabriekskinderen’ van dezelfde allure als de ‘Max Havelaar’ van Multatuli.
Maar waar Multatuli een standbeeld in Amsterdam kreeg, is er in Gelderland bijna niets dat aan Cremer doet denken. Alleen een straat in Driel en een plein in Zetten herinneren nog deze grote Geldersman.
Zelfs het graf van de schrijver in Den Haag werd geruimd. Wel staat er in Driel sinds een paar jaar het beeld van ‘Kruuzemuntje’ een romanfiguur van Cremer. Als het aan Eijssens ligt verdient de schrijver veel meer.
De Ridders en Cremer-kenner Henk Eijssens.
De Ridders en Cremer-kenner Henk Eijssens. © Omroep Gelderland
In deze etappe reizen de Ridders van Fort Pannerden naar Oosterbeek waarbij Ridder Bas een 19de-eeuwse steenfabriek in Randwijk bezoekt en Ridder René ontdekt dat Baron van Brakel, de eigenaar van kasteel Doorwerth, zijn tijd ver vooruit was. De etappe eindigt in Oosterbeek bij het graf van een van hun illustere voorgangers: Jacob van Lennep.
Kijk hier alvast de uitzending van vanavond:
Ridders van Gelre is het geschiedenisplatform van Omroep Gelderland. We brengen het laatste nieuws over de Gelderse historie en organiseren elke zaterdagochtend een exclusieve rondleiding voor onze volgers op bijzondere locaties.
💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip of opmerking voor de redactie? Stuur ons een bericht op WhatsApp of stuur een mail: omroep@gld.nl!