Instellingen

'Zwarte Hollanders' voor het eerst sinds 1882 terug in Harderwijk

Jan Kooij officier in het KNIL
Jan Kooij officier in het KNIL © Omroep Gelderland
Kees Pop, soldaat in het KNIL
Kees Pop, soldaat in het KNIL © Omroep Gelderland
HARDERWIJK - Gebroederlijk hangen ze naast elkaar in het Stadsmuseum Harderwijk. De portretten van Jan Kooij en Kees Pop. In tegenstelling tot wat hun oer-Nederlandse namen doen vermoeden, zien we twee zwarte Afrikaanse mannen die in Nederlands-Indië aan 'onze' zijde vochten. Ze maken deel uit van een tentoonstelling over het Koloniale Werfdepot.
Ruim 3000 van deze ‘Belanda Hitang’ - oftewel 'Zwarte Hollanders’ - zouden in het KNIL dienst doen. Ze werden aangeworven in Elmina op de kust van het huidige Ghana. Sommigen vrijwillig, maar de meesten werden op de slavenmarkt in Kumasi gekocht door een vertegenwoordiger van het Nederlandsch-Indisch leger. Dat bedrag moesten ze met twaalf jaar dienst terugbetalen waarna ze vrij man waren.
Daarna konden ze via Harderwijk, waar hun pensioen werd uitgekeerd, terugkeren naar Afrika. Vaak was dat de eerste keer dat ze het land te zien kregen waarvoor ze gevochten hadden. Binnen het KNIL kregen de Afrikanen dezelfde status en voorrechten als Nederlanders. Jan Kooij klom zelfs op tot de rang van officier en kreeg voor betoonde dapperheid in de Atjehoorlog de Militaire Willems-Orde.

Gootgat van Europa

Het Koloniale Werfdepot was van 1814 tot 1909 in Harderwijk gevestigd. In de kazerne aan de Smeepoortstraat werden de soldaten in spe in zes weken voorbereid op hun dienst in Nederlands-Indië. Het waren gelukszoekers, avonturiers, criminelen of mannen met hun ziel onder hun arm. De beroemdste was misschien wel de Franse dichter Arthur Rimbaud.
De kazerne aan de Smeepoortstraat.
De kazerne aan de Smeepoortstraat. © Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe
Als ze tekenden, kregen ze een handgeld dat kon oplopen tot 300 gulden. Omdat de militairen in opleiding Harderwijk niet mochten verlaten, werd het vaak ter plekke opgemaakt. Vanwege de vele kroegen en bordelen werd de stad wel het ‘gootgat van Europa’ genoemd.

Vechtpartijen

Hoewel het geld van de ‘kolonialen’ welkom was, begonnen de inwoners van Harderwijk in de loop van de jaren wel genoeg te krijgen van het losbandige gedrag en de vele vechtpartijen. Uiteindelijk wist ARP- burgemeester Kempers gedaan te krijgen dat het depot naar Nijmegen werd overgeplaatst. In 1909 marcheerde het laatste detachement de kazerne aan de Smeepoortstraat uit.
De Kleine Kolonie bij Elspeet.
De Kleine Kolonie bij Elspeet. © Omroep Gelderland

Ridders op het knersende zand

Het verhaal van het Koloniaal Werfdepot is één van de verhalen die de Ridders van Gelre in de vijfde etappe van hun Grand Tour door Gelderland in de 19de eeuw tegenkomen. Tijdens hun wandeling van Vaassen naar Harderwijk ontdekken ze hoe de woeste gronden allemaal bebost werden. Want die woeste gronden waren de 19de-eeuwers een gruwel. Ontgonnen moest het worden, ten nutte gemaakt. Zelfs als dat ten koste van de plaatselijke bevolking ging.
Alleen in Elspeet wisten boeren te voorkomen dat hun grond in bos zou worden omgezet. Hoe zwaar en armoedig het leven op de zandgrond was, is te zien in het Noord-Veluws Museum in Nunspeet. Tientallen kunstenaars worden aangetrokken door de ongerepte natuur en het eenvoudige leven op de Veluwe, en leggen het zware leven van de oorspronkelijke bewoners vast.
Kijk hier alvast de uitzending:
💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip of opmerking voor de redactie? Stuur ons een bericht op WhatsApp of stuur een mail: omroep@gld.nl!