Nieuws

Weggestuurde burgemeester: ‘Doe dit Scherpenzeel niet aan’

Eppie Klein.
Eppie Klein. © Omroep Gelderland
SCHERPENZEEL - Een ambtsketen heeft hij niet langer om, want Eppie Klein is geen waarnemend burgemeester van Scherpenzeel meer, maar hij legt zich nog niet neer bij zijn gedwongen ontslag. In een uitgebreid interview met Omroep Gelderland gaat hij in op de hoogopgelopen fusieruzie die zijn gedwongen vertrek inluidde.
Het gesprek vindt plaats op het gemeentehuis, dat wel. "Maar ik heb netjes gevraagd of ik deze ruimte vandaag kon gebruiken, ik ben daar heel strikt in. Ik zou vrijdagavond ook nog ergens spreken als burgemeester, dat heb ik niet meer gedaan."
De reden: hij werd een dag eerder uit zijn ambt ontheven door commissaris van de Koning John Berends. Iets wat hij niet zag aankomen, hij dacht dat het geplande gesprek over een brief van de minister zou gaan.
Want op die donderdag kwam er ook een brief van demissionair minister Kajsa Ollongren. Zij maakte in de middag bekend dat de fusie met Barneveld niet doorgaat. Op het moment dat de afspraak werd gemaakt, wisten beide partijen dat nog niet. "In mijn naïviteit én bestuurlijke sensitiviteit dacht ik dat het over het besluit van de minister ging."

Andere boodschap van Berends

Maar Berends kwam met een hele andere boodschap: Klein werd uit zijn ambt gezet. Het is inmiddels een paar dagen later. De scheidend burgemeester herhaalt het nog eens: hij laat zich niet zomaar aan de kant zetten. "Ik werd gisteren – zondag – gemotiveerd: probeer integer en oprecht te handelen, maar wees strijdbaar."
Die strijd gaat voor hem om een bestuur dat op alle lagen samenwerkt. "Een inwoner van Scherpenzeel is ook een inwoner van Gelderland. Mijn strijd is: kan de burger in de huidige tijd nog uitgaan van een overheid die integer handelt. Ik kan geen mensen veranderen, maar mensen kunnen wel hun gedrag veranderen. Als ik die rol kan blijven spelen: heel graag."
De reden voor zijn ontslag is een hoogopgelopen ruzie over een mail. Die stuurde Klein aan de provinciale politiek, enkele uren voor het debat over de herindeling van Scherpenzeel.
"Ja, ik heb op 6 juli een brief gestuurd. Als wij op die maandag – een dag eerder – een brief krijgen waarin staat dat er ‘munitie wordt verzameld’ dan krijg ik vragen van vooringenomenheid. Dat heb ik in het college aangegeven: dat kan toch niet? Wat gebeurt hier?"

Maar de commotie ontstond omdat die brief mogelijk onder uw naam zou zijn verstuurd en buiten uw medeweten om?

Het leidt allemaal van de boodschap af, maar ik kan heel helder zijn: Eppie Klein heeft die brief niet zelf verstuurd, dat doet het bestuurssecretariaat, maar ik sta volledig achter de inhoud van de brief.

Was u volledig op de hoogte van de inhoud van de brief?

Ja.

Heeft u die brief ook ingezien?

Ja, ik heb hem ingezien. Wij hebben dat intern ook laten uitzoeken: Ja, ik heb die mail gezien. Waarom heb ik hem niet verstuurd? Dat doet het bestuurssecretariaat, maar die woorden die er in staan, zijn van mij.

Er ontstond het beeld dat u pas voorafgaand aan het debat op de hoogte was van de brief. Dat u dat pas wist nadat hij verstuurd was...

Nee, nee, dat is niet zo.
Klein stuurde de brief nadat hij op de hoogte werd gebracht van een mailwisseling waarin die ‘munitie-term’ wordt aangehaald. Dat werd door een provinciale ambtenaar opgeschreven. Met die ‘munitie’ moest de financiële verdediging van Scherpenzeel onderuit worden gehaald. Die mail werd per ongeluk ook aan Scherpenzeel gestuurd.

Had u die brief van de ambtenaar niet gewoon mee moeten sturen? Dan had iedereen geweten waarom u die brief stuurde.

Als ik die mail stuur, aan de Statenleden, dan kan dat worden gebruikt in het debat. Het is de waarnemend burgemeester van Scherpenzeel die ordentelijk handelt, die informatie heeft. Als ik die brief drie weken eerder had gehad, dan had ik hem toen gestuurd.

Maar had u die informatie niet mee moeten sturen?

Nee, dat zou... Dat doe ik niet. Er stonden ook namen van ambtenaren in. Zo ben ik niet.

Bent u dan niet gewoon te netjes?

Na een lange stilte. Laat ik het zo zeggen: ik ben dichtbij mezelf gebleven.
Klein zegt dus volledig op de hoogte te zijn van de brief, volgens de commissaris is dat anders. Die conclusie trok Berends na een gesprek met Klein, twee dagen na het debat.
"Ik ga niet zeggen wat er in vertrouwelijke gesprekken is gewisseld, dat heb ik tot en met vandaag nooit gedaan. Voor mij is het heel duidelijk geweest: ik heb de brief niet geschreven, noch verstuurd, maar ik was voor het versturen volledig op de hoogte."
Hoe de spanning tussen de twee opbouwde werd duidelijk uit WhatsApp-gesprekken in handen van Omroep Gelderland. Daarin ontstaat een beeld van een waarnemend burgemeester die niet op de koffie wil komen bij Berends.

In die Whatsapp-gesprekken zien we dat de commissaris regelmatig met u een afspraak probeert te maken, u houdt dat af.

Twee keer. Een keer omdat ik vakantie had en aan het wandelen was en een keer omdat door een journalist werd geïnsinueerd dat ik op het matje moest komen. Dat wil ik niet op die manier horen, dat kan je uitleggen als afhouden: maar dan houd ik mijn rug recht.

Bij die andere houdt uw secretaresse de afspraak af.

Vind ik geweldig, dat ze dat doet.

U geeft ook geen opening voor een gesprek.

Niet op die maandag. Dat heb ik later ook gezegd: op een ander moment kan het wel.

Maar als ik dat lees: denk ik niet: goh, die zit te wachten op een afspraak.

Nee, niet in mijn vakantie. Ik had in Zwitserland kunnen zijn. Hij had mij ook kunnen bellen.

Dat had u ook kunnen doen?

Maar ik had op dat moment geen behoefte aan een gesprek.

Het was wel duidelijk dat er vanuit de commissaris druk op stond.

Blijkbaar wel, maar ik ben burgemeester van Scherpenzeel en leg verantwoording af aan de raad.

Spoeddebat in de Staten

Dinsdagavond is er een spoeddebat in de Provinciale Staten. Het gaat dan ook over het ontslag van Klein. De burgemeester die graag wil blijven, maar dus niet langer in dienst is. Hoe hij het ontslag kan aanvechten is nog voer voor juristen. "Het is een unicum", zegt Klein daarover.

Maar wat als het lukt? Kan hij dan nog met de commissaris door één deur?

Voor mij is er geen verandering naar Gedeputeerde Staten, Provinciale Staten, de commissaris. Dat is belangrijk: ik wil ook niet aangewreven krijgen dat ik een verstoorde relatie met een ander heb. Dat een ander een verstoorde relatie met mij heeft, dat is aan een ander. Niet aan mij.

U zegt ook dat u zich onveilig voelt, waar zit hem dat dan in?

Het is onveilig wanneer je wordt bevraagd op je oprechte handelen. Ik stuur een mail en die wordt anders uitgelegd dan hoe het er staat. Dan voel ik mij onveilig, dat is die onveiligheid: wat gebeurt er met mijn woorden? Er ligt geen geweer op tafel, maar als ik woorden naar buiten breng in de context van het proces, dan wordt dat totaal anders uitgelegd.

Maar dat voelt u door wat er met de politiek is gebeurd, maar ook door hoe de commissaris daarmee om is gegaan?

Laat ik het zo zeggen: ik heb respect voor het ambt van de commissaris, voor de persoon, maar niet altijd voor zijn handelen. Daardoor voel ik mij onveilig. Ze hebben zich alle drie (GS, PS en de commissaris, red.) schuldig gemaakt aan het uit het verband trekken van mijn woorden. Dat voelt onveilig.

Kunt u dan zeggen: we gaan morgen weer verder?

Ja, als ik mij ga aantrekken wat een ander van mij vindt, dan kan ik dat niet meer.
Want Eppie Klein wil graag burgemeester blijven, juist nu er voor Scherpenzeel duidelijkheid is. De gemeente blijft zelfstandig, maar er is werk aan de winkel. "Scherpenzeel moet stappen zetten, donderdag was een nieuwe start. Daar kan ik een bijdrage aan leveren en de gemeente en gemeenschap hebben dat vertrouwen ook. Ik heb getoond dat ik verbinding en saamhorigheid kan brengen, dat heb ik de laatste negen maanden laten zien. Dat maakt mij strijdbaar: doe het Scherpenzeel niet aan door Eppie Klein weg te sturen."