nieuws

Steeds meer aandacht voor bombardement op Doetinchem: 'Er is veel verzwegen'

Zicht op een stad in puin vanaf de brug over de Oude IJssel
Zicht op een stad in puin vanaf de brug over de Oude IJssel © Collectie Massink - ECAL - inkleuring Oasem
DOETINCHEM - Eind maart 1945, een week voor de bevrijding door Canadese grondtroepen, wordt Doetinchem in een tijdsbestek van vijf dagen getroffen door drie bombardementen. De bommen die de geallieerde vliegtuigen afwerpen, kosten naar schatting 140 mensen het leven en leggen een groot gedeelte van de binnenstad in puin. De herdenkingen van de slachtoffers krijgen de laatste jaren steeds meer aandacht.
Ook de 80-jarige Nico Brugman is bij één van de herdenkingen aanwezig. Hij verloor tijdens de bombardementen zijn vader en zijn zusje. Ten tijde van het bombardement was Nico drie jaar en dus weet hij maar weinig van wat er precies gebeurd is. “Ik weet alleen dat we gevlucht zijn”, zegt Brugman. “Mijn moeder moest hier weg na het bombardement, omdat het gevaarlijk werd. Uiteindelijk is ze met drie kinderen in een kinderwagen lopend naar Eibergen gevlucht.”

Onderzoek naar de bombardementen

Maar waarom werd Doetinchem in maart 1945 zo zwaar getroffen? Karl Lusink deed samen met Herbert Tomesen en Hendrik Land jarenlang onderzoek naar de bombardementen op de stad. Hun conclusie is, dat elk bombardement een eigen karakter had. “Op 21 maart zijn het de Britten die per vergissing Doetinchem bombarderen en niet Isselburg”, legt Lusink uit. “Ze hadden last van mist in de hogere luchtlagen, veroorzaakt door rookgeneratoren die de geallieerden hadden opgesteld om hun offensief te camoufleren.”
Uit vluchtrapporten, toestelnummers en archiefmateriaal blijkt volgens Lusink dat een Amerikaanse bommenwerper verantwoordelijk is voor het derde bombardement op 23 maart. “Uit een vluchtrapport valt te lezen dat een Amerikaanse bommenwerper zijn bommen op Doetinchem heeft laten vallen, nadat zijn bommenwerper beschadigd raakte bij een luchtaanval in Duitsland.”
Daarnaast vonden ze ook bewijs in een artikel uit 1973 in de Graafschapbode. “Daarin valt te lezen dat de Explosieven Opruimingsdienst een 100 ponder bom onschadelijk heeft gemaakt. Deze valt te linken aan de Amerikaanse bommenwerper”, aldus Lusink.

'Doetinchem had pech'

Daarmee valt volgens Lusink gerust te stellen dat Doetinchem ‘pech’ heeft gehad tijdens de bombardementen. “Voor hetzelfde geld draaiden de vliegtuigen wel de goede kant op, richting Isselburg, en werd Doetinchem helemaal niet geraakt”, zegt Lusink. “En dat geldt zeker voor de 23ste als een Amerikaanse piloot vanuit de lucht een gebombardeerde stad aantreft en besluit om zijn bommen te laten vallen.”
Wat Lusink nog graag zou willen weten is hoeveel slachtoffers er zijn gevallen tijdens het bombardement. “Van de 19 en 23 maart weten we dat, maar van 21 maart niet. Dat komt omdat veel mensen gewond zijn geraakt en later zijn overleden in de ziekenhuizen van Doetinchem en Lichtenvoorde. En ik heb een lijst met mensen die tijdens het bombardement om het leven zijn gekomen, maar nooit zijn terug gevonden. Dat vergt nog heel veel onderzoek.”
De afgelopen jaren is de aandacht voor de bombardementen op Doetinchem steeds meer gegroeid. 'Het was een gevoelig punt in Doetinchem', zegt Lusink. 'Er werd veel gezwegen. Het verzet gaf veel door aan de geallieerden en kreeg het idee dat ze verantwoordelijk waren voor het bombardement. Dat is dus niet zo. Uit ons onderzoek blijkt dat ze daar geen schuld aan hebben."

'Elk jaar bloemen leggen'

Nico keert nog elk jaar terug naar Doetinchem om bloemen te leggen bij het graf van zijn vader en zusje. De herdenking van de slachtoffers van de bombardementen op de stad betekenen veel voor hem. “Het is altijd wel een emotioneel gebeuren”, vertelt Brugman. “Ik vind dat deze oorlogsverhalen verteld moeten blijven worden.”
Omroep Gelderland zendt vanaf 17.20 uur de documentaire 'Met het begin van de lente' uit. Deze documentaire laat zien wat er aan de drie bombardementen vooraf ging.