WUR

Zadenbank in Wageningen en Nijmegen moet wilde planten redden

De bedreigde kievietsbloem.
De Wageningen Universiteit (WUR) en de Radboud Universiteit in Nijmegen zetten samen een zadenbank op om bedreigde inheemse wilde planten genetisch veilig te stellen. Van de meer dan 1500 soorten wilde planten in Nederland is ongeveer een derde met 'uitsterven' bedreigd, meldt de WUR. © Wikipedia
WAGENINGEN - De Wageningen Universiteit (WUR) en de Radboud Universiteit in Nijmegen zetten samen een zadenbank op om bedreigde inheemse wilde planten genetisch veilig te stellen. Van de meer dan 1500 soorten wilde planten in Nederland is ongeveer een derde met 'uitsterven' bedreigd, meldt de WUR.
Van al die soorten staan er 71 te boek als 'ernstig bedreigd', waaronder karwij, kievietsbloem en muurbloem. Een Nationale Zadencollectie moet het tij keren.  
'Uitgestorven' betekent in dit verband: niet meer in Nederland voorkomend. Verschillende soorten komen nog wel in het buitenland voor, maar die kun je volgens experts niet zomaar in Nederland herintroduceren. Genetisch kunnen het variëteiten zijn die hier nooit voorkwamen.

Veel minder plantensoorten

Volgens Wageningen zijn sinds 1950 bijna 500 van de 1500 autochtone plantensoorten in aantal achteruitgegaan. Meer dan 40 zijn er niet meer, waaronder het akkerzenegroen, de bosboterbloem en het klein slijkgras. 
'De hele biodiversiteit in ons land staat onder druk, ook de wilde flora', zegt prof. Joop Schaminée van Wageningen Environmental Research (Alterra). Schaminée is als hoogleraar verbonden aan beide universiteiten.
'Verstedelijking, intensieve landbouw en klimaatverandering eisen hun tol', zegt hij. 'Voor soorten als het wildemanskruid, de paardenhoefklaver en de blauwe leeuwenbek is het al te laat. Die zijn uitgestorven en die kunnen we met geen mogelijkheid meer terughalen.'

Zadencollectie

Met de zadencollectie, die deel uitmaakt van het grote project Levend Archief, wil Schaminée ook regionale variëteiten behoeden voor uitsterven. Doel is niet alleen het bewaren van soorten om ze eventueel te kunnen herintroduceren, maar ook om zadenmengsels te kunnen maken voor bijvoorbeeld bermen, akkerranden en slootkanten.
De zaden worden gedroogd, vacuüm verpakt en ingevroren. Daarna kunnen ze in de diepvries zo’n 10 jaar of langer worden bewaard. Eventueel worden ze daarna weer uitgezaaid en opgekweekt, waarna er opnieuw zaad kan worden gewonnen en bewaard. Ook komt er een zogenoemde back up, namelijk door de zaden te bewaren in Wageningen en Nijmegen. 
Reageren op dit bericht? Mail naar omroep@gld.nl