Nieuws

Giro Gelderland houdt rekening met extra kosten

ARNHEM - Nog dertig dagen en dan is de start van de Giro d'Italia in Gelderland. De wielerwedstrijd moet zo'n 13 miljoen euro gaan kosten, maar het is de vraag of het daar bij blijft. De organisatie houdt rekening met onverwachte kosten.
Giro Gelderland wil niet zeggen hoeveel er nog nodig is, maar duidelijk is wel dat nog niet al het benodigde sponsorgeld binnen is. Zo bleek er weinig interesse in speciale VIP-arrangementen bij de start van de etappes in Arnhem en in Nijmegen. Die zijn nu dus ook geschrapt.
Een van de grote onzekerheden is het parcours. De organisatie van de Giro zal op het laatste moment nog een keer de route nalopen. Dat kan betekenen dat op een aantal plaatsen de weg aangepast moet worden. Dat kan een kleine ingreep zijn, maar kan ook betekenen dat er tijdelijk rotondes of drempels moeten verdwijnen. Vooral dat laatste kan behoorlijk in de papieren lopen.
Ook zijn er nog lang niet voldoende vrijwilligers. De organisatie heeft er zo'n 1500 nodig. Tot nu toe hebben bijna 1000 mensen zich gemeld. Veel vrijwilligers zijn nodig als verkeersregelaars. Als er niet genoeg vrijwilligers zijn, dan zullen er professionele verkeersregelaars ingehuurd moeten worden.
Giro Gelderland benadrukt dat er met een krap budget wordt gewerkt. Ter vergelijking: de start van de Tour de France in Utrecht kostte volgens de organisatie zo'n 14 miljoen euro voor één dag. De giro in Gelderland kost 13 miljoen voor ploegenpresentatie en drie ritten. En om de subsidie van het Rijk binnen te kunnen halen, was het niet toegestaan om een post 'onverwachte uitgaven' op de begroting te zetten.
In principe is de afspraak dat tegenvallers betaald worden uit de begroting en dat betekent dat er dus ergens anders op wordt bezuinigd. Maar hoe dichter we bij de start komen, hoe moeilijker tegenvallers nog uit de begroting zijn te betalen. Als na het opmaken van de rekening er achteraf een tekort is, wordt dat verdeeld onder provincie en gemeenten. De provincie betaalt 70 procent van de kosten en de gemeenten ieder tien procent.