Rivierengebied

Vluchtelingencrisis dringt door in de Betuwe: 'draagvlak onder druk'

Vluchtelingencrisis dringt door in de Betuwe: 'draagvlak onder druk'
Vluchtelingencrisis dringt door in de Betuwe: 'draagvlak onder druk' © SRC
MAURIK - 'Vol is vol', klonk het toen vorige maand honderden inwoners van Maurik boos naar het gemeentehuis trokken om hun onvrede over de noodopvang van asielzoekers te uiten. De beladen leus van de nationalistische Centrumpartij uit de jaren tachtig blijkt nog actueel. Want ook de instanties moeten toegeven dat er nu toch wel een hele 'forse opgave' ligt.
De taakstelling voor het opvangen en huisvesten van vluchtelingen of asielzoekers is geen kwestie voor de lokale democratie, al moet het daar uiteindelijk wel gebeuren. En dat wringt op steeds meer plaatsen. Zoals in de Burense plaats Maurik waar een chaletpark voor Oekraïense vluchtelingen kwam en een crisisopvang voor asielzoekers in het gemeentehuis. Daarbij loopt Buren regionaal voorop in het huisvesten van statushouders.
Hoewel de opdracht voor de opvang vanuit Den Haag komt, wordt regionaal veel besloten in het overleg van burgemeesters in de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid. Zo wordt daar besproken waar 450 opvangplekken moeten komen om het aanmeldcentrum in Ter Apel te ontlasten.
Tot dusver gaan de Rivierenlandse gemeenten Culemborg, Zaltbommel, Buren en West-Betuwe hierin voorop. Zij realiseerden ruim 330 plaatsen. Gelderland-Zuid staat verder aan de lat voor circa 2800 noodopvangplekken voor Oekraïense oorlogsvluchtelingen. Er zijn er in de regio momenteel zo'n 2500 gerealiseerd op 38 locaties.
De absolute aantallen zijn ook in de gemeente Buren niet schrikbarend, zij het dat er wel een concentratie in het dorp Maurik is. De gemeente met ruim 27.000 inwoners telde eind september 311 Oekraïense vluchtelingen, waarvan 140 op het gemeentelijke chaletpark in Maurik. Daarbij verbleven er 58 asielzoekers in de opvang in het plaatselijke gemeentehuis. Buren heeft wel geconstateerd dat hiermee 'de maximale draagkracht' bereikt is.

'Draagvlak onder druk'

De gemeente maakt zich zorgen over 'toenemende maatschappelijke bezorgdheid en ontevredenheid in de samenleving'. “Het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak voor de opvang van vluchtelingen en het vertrouwen in de overheid lijken onder druk te staan”, schrijft het college van burgemeester en wethouders aan de raad. “De opvang van asielzoekers raakt een emotionele snaar bij veel mensen. Men is bang voor een negatieve impact op het persoonlijke leven en de eigen leefomgeving.” Het college heeft begrip voor deze gevoelens. “Tegelijkertijd constateren we dat we wel voor een gezamenlijke opgave staan. Belangrijk is het daarom om met onze inwoners en met elkaar in gesprek te blijven.”
Dat gesprek zal er vermoedelijk de komende tijd niet makkelijker op worden. Tijdelijke noodopvang is een ding, de echte pijn voelen veel mensen -terecht of onterecht- toch bij het huisvesten van vreemdelingen die een vergunning of verblijfsstatus hebben gekregen. En deze aantallen zullen volgens de taakstelling in 2023 met 60 à 75 procent toe moeten nemen.
Ook hierbij gaat het niet om hele grote aantallen. De zeven gemeenten in de regio Rivierenland -een gebied met circa 230.000 inwoners- moeten in 2022 samen 338 statushouders een plek geven. Voor Buren zijn dat er 37. Toch is dit in de praktijk een enorme opgave, blijkt uit een rondgang langs de gemeenten en woningcorporaties. Zo worstelt Culemborg om de taakstelling te halen.

'Woningmarkt volledig klem'

“Het beperkt aantal beschikbare huurwoningen is een groot probleem”, laat de gemeente weten. “De woningmarkt zit volledig klem zodat er weinig doorstroming is. De taakstelling in 2022 is al een erg lastige om te volbrengen. De situatie op de woningmarkt wordt alleen maar slechter dus in 2023 zal de uitdaging -nog los van de verhoging van de taakstelling- nog groter zijn.”
Meer beschikbare sociale huurwoningen is de oplossing, maar of dit uit meer nieuwe sociale huurwoningen of het mogelijk maken van doorstroming uit die woningen moet komen, is volgens de gemeentewoordvoerder aan het Rijk.
Om de druk op huurwoningen te verminderen kijkt de gemeente West-Betuwe ook naar andere opties. De gemeente bekijkt het leegstaande vastgoed en onderzoekt kansrijke locaties voor de huisvesting van statushouders. Daarbij zijn er tijdelijke regelingen.

Tijdelijke huisvesting

“Binnen de gemeente West Betuwe wordt op twee locaties gebruik gemaakt van de zogenoemde HAR (hotel- en accommodatieregeling)”, vertelt een woordvoerder. “Statushouders worden op grond van deze regeling tijdelijk ondergebracht in een pension en bed and breakfast. Ook zijn er in de gemeente Tussenvoorzieningen. Dit is een woning of onderkomen waar statushouders tijdelijk gebruik van kunnen maken, in afwachting van een woning voor langere tijd.” Ook Tiel onderzoekt dit soort tijdelijke maatregelen.
Buren is in de regio het meest succesvol in het halen van de taakstelling. De gemeente begon het jaar zelfs met een overschot van zes geplaatste statushouders en had op 1 september nog eens voor 30 woningen gezorgd. Volgens een gemeentewoordvoerder is dat vooral te danken aan 'een heel actieve houding van de gemeente zelf en goede afspraken en samenwerking met woningcorporaties'.
Die lijn wordt voortgezet, ondanks de consequenties. “Om de taakstelling te halen is extra ambtelijke capaciteit en volledige medewerking van de woningcorporaties nodig”, zegt de woordvoerder. “We zullen nog meer sociale huurwoningen beschikbaar moeten stellen voor statushouders. Daarmee loopt de wachttijd voor woningzoekenden uit de gemeente verder op.”

Wachttijd huurwoning neemt hoge vlucht

Die wachttijd heeft de afgelopen jaren al een hoge vlucht genomen. In Buren was de wachttijd in 2018 nog vijf jaar. Nu is dat ruim negen jaar. Zo ook in Tiel waar de wachttijd in 2018 nog minder dan vier jaar was. Deze periode is de inschrijftijd. Volgens woningcorporaties Thius en Kleurrijk Wonen zoeken mensen gemiddeld 2,5 jaar actief voordat ze een woning toegewezen krijgen.
“Dat is lang”, erkent een woordvoerder namens beide corporaties. “We roepen de overheid op om het woonbeleid aan te passen en we vragen gemeenten om met spoed locaties beschikbaar te stellen om nieuwe sociale huurwoningen te kunnen bouwen.”
Het huisvesten van statushouders is maar een van de vele factoren in de moeilijke woningmarkt. Maar doordat er zo weinig beschikbare huurwoningen zijn, heeft het een behoorlijke invloed. In sommige gevallen gaat in deze regio meer dan 20 procent van de jaarlijkse sociale verhuringen in een gemeente naar statushouders.
En de corporaties zien de druk over de hele linie alleen maar groter worden. “Het aantal inschrijvingen neemt toe en er is een grotere vraag van bijzondere doelgroepen zoals mensen die uitstromen uit beschermd wonen, statushouders en urgenten”, zegt de woordvoerder. “Daarnaast hebben we te maken met onvoldoende nieuwbouwmogelijkheden in de gemeenten, hoge grondprijzen, gebrek aan doorstroming en een economische situatie waarbij mensen blijven wonen in hun huurwoning. Daarom zijn er snel meer sociale huurwoningen nodig.”