Rijk van Nijmegen

Koninklijke onderscheiding voor kinderarts Ben Semmekrot

Wethouder Erik Weijers met gedecoreerde Ben Semmekrot
Wethouder Erik Weijers met gedecoreerde Ben Semmekrot © Gemeente Berg en Dal
NIJMEGEN - Ben Semmekrot is kinderarts in het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis (CWZ) in Nijmegen. Ter gelegenheid van zijn pensioen was er een afscheidssymposium op vrijdag 9 september. Hierbij werd hij verrast met een Koninklijke Onderscheiding. Locoburgemeester Erik Weijers van de gemeente Berg en Dal reikte de onderscheiding uit, aangezien de gedecoreerde inwoner is van Ooij. Ben Semmekrot is benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Hij kreeg deze onderscheiding omdat hij een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de verbetering van de zorg voor kinderen en dan met name rondom het onderwerp wiegendood.

Kinderarts

Als kinderarts zette Ben Semmekrot zich bijzonder in voor de verdere ontwikkeling van de neonatologie (zorg voor zieke of vroeggeboren zuigelingen) en het juiste gebruik van geneesmiddelen bij kinderen. Hij was opleider bij de opleiding tot kinderarts binnen het CWZ. Hij heeft bijdrages geleverd aan veel onderwerpen zoals de infectiepreventie en het ontwikkelen van het geneesmiddelenformularium (voorkeurslijst welke geneesmiddelen bij welke ziekte het beste kunnen worden toegediend). Ook maakte hij zich sterk voor de zorgketen 'acute verloskunde'.
Naast zijn werk als kinderarts was hij actief voor de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (de NVK) en het Nederlands Kenniscentrum Farmacologie Kinderen. Ook was hij lid van vele landelijke en Europese commissies.

Wiegendood

Sinds de oprichting in 1996 is Semmekrot vrijwilliger bij de Stichting Wiegedood, voorheen de Expertisegroep Wiegendood. Hij heeft daar een voortrekkersrol gespeeld en meegeholpen met het opstellen van richtlijnen om het aantal wiegendoden in Nederland terug te dringen. Hij bezocht ouders van kinderen die op jonge leeftijd, al voor hun 2e verjaardag, plotseling zijn overleden. Met zijn kennis had hij bij de stichting een belangrijke rol bij de besprekingen van deze praktijkvoorbeelden. Hij is actief betrokken bij het onderzoek naar het voorkomen van wiegendood. Hij informeert, ondersteunt en adviseert de ouders en verzamelt de onderzoeksgegevens. Ook leverde hij een grote bijdrage aan diverse belangrijke publicaties en boeken over dit onderwerp, waardoor het aantal gevallen van wiegendood in Nederland door de jaren heen is gedaald en waardoor er meer bewustzijn is over dit onderwerp.
Verder heeft hij zich ook vele jaren verdienstelijk gemaakt voor de vereniging Ouders van Wiegedoodkinderen. Hij heeft veel babyproducten beoordeeld op veiligheid en risico's en hij adviseert de stichting bij de subsidieaanvragen voor wetenschappelijk onderzoek. Ook na zijn pensionering gaat hij door met al deze activiteiten voor de stichting.