Rijk van Nijmegen

College en Gemeenteraad Berg en Dal sturen samen met boeren een brief naar de minister; GroenLinks tekent niet

Boeren en politiek sturen samen brief
Boeren en politiek sturen samen brief © Peter Hendriks
GROESBEEK - Donderdag 14 juli 2022 hebben 6 raadsfracties, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Berg en Dal en een delegatie van Berg en Dalse boeren gezamenlijk een brief ondertekend. In de brief verwoorden ze hun zorgen over de positie van de boeren in deze gemeente. De brief is gericht aan minister van der Wal, minister voor Natuur en Stikstof.
Ook vragen de ondertekenaars aandacht voor de haalbaarheid van de stikstofplannen van het kabinet. Maar de brief is met name een uitnodiging aan minister van der Wal om wèrkelijk in gesprek te gaan met de agrarische ondernemers en hen perspectief voor de toekomst te bieden.

Petitie

De Berg en Dalse boeren zijn ook een petitie gestart waarmee ze steun vragen voor de inhoud van de brief. De petitie is inmiddels door ongeveer 500 personen ondertekend.
We zijn en blijven een plattelandsgemeente
Burgemeester Mark Slinkman is blij met de goede dialoog tussen de Berg en Dalse boeren en de gemeente: ”We zijn en blijven een plattelandsgemeente. Wat mij betreft maken we in Berg en Dal een goede start in dit moeilijke dossier door als boeren en gemeentepolitiek gezamenlijk op te trekken.”
Daan Langeveldt, een van de woordvoeders van de agrarische ondernemers: “Door open en eerlijke communicatie tussen de gemeente en haar agrariërs kijken we samen naar een perspectief en haalbare doelen voor de toekomst. Nu nog de omliggende steden, provincie(s) en het Rijk overtuigen van een andere aanpak tijdens deze stikstofcrisis.”

GroenLinks tekent niet

De fractie van GroenLinks tekende de brief niet. Eerdere moties van deze partij over de stikstofproblematiek werden niet gesteund door de partijen die nu ondertekenen. In deze moties werd opgeroepen om:
-Samen met de boeren te inventariseren welke vormen van landbouw en veeteelt in onze gemeente wel of niet toekomstbestendig zijn in ecologische, economische en sociale zin;
-Samen met de boeren in de meest brede zin te inventariseren, waar zij tegenaan lopen en waar de gemeente hen verder zou kunnen ondersteunen bij het omschakelen naar een duurzame landbouw en veeteelt;
-Samen met de raad een datum vast te stellen om deze inventarisatie te evalueren.
De overige partijen vonden toen dat dit absoluut geen taak was voor de gemeente. GroenLinks zegt tenslotte nu daden te willen in plaats van woorden. Dat wil zeggen: uitvoering van het actieplan duurzaamheid in plaats van deze brief.

Gesprek 4 juli met 150 boeren

Op 4 juli jl. sprak het college van burgemeester en wethouders al met zo’n 150 Berg en Dalse boeren. De bijeenkomst was op initiatief van het college. Tijdens deze positieve en constructieve bijeenkomst is besloten om samen deze brief op te stellen.

De onderstaande brief is verstuurd aan minister van der Wal:

Excellentie,
Op 4 juli jl. hebben burgemeester en wethouders van Berg en Dal een grote delegatie van de Berg en Dalse agrarisch ondernemers in het gemeentehuis uitgenodigd. Na een positieve manifestatie met tractoren en jongvee in het centrum van Groesbeek zijn de agrarisch ondernemers en het gemeentebestuur met elkaar in gesprek gegaan. Naar aanleiding hiervan sturen wij u gezamenlijk deze brief, om onze gedeelde zorgen met u te delen en een aantal zaken onder uw aandacht te brengen. Uit de vele zaken die tijdens het gesprek aan de orde zijn gekomen, komt één centraal punt keer op keer naar voren: treed als overheid wèrkelijk in gesprek met de agrarisch ondernemers en bied ze perspectief voor de toekomst.
Dat er in Nederland een stikstofvraagstuk ligt, is geen onderwerp van discussie. Noch ook dat de agrarisch ondernemers als mede-veroorzakers van stikstofdepositie een rol willen nemen bij de oplossing van dat vraagstuk. De gestelde doelen moeten echter haalbaar zijn en perspectief bieden voor jong & oud. Er moet daarbij ook nadrukkelijk worden gelet op een evenwichtige verdeling over alle sectoren welke uitstoot veroorzaken. Als voorbeeld hiervan willen wij de stikstofdepositie noemen, die de Waal- en Rijnvaart veroorzaakt binnen het natuurgebied De Millingerwaard. Afname van deze depositie zou in onze ogen, voor rekening moeten komen van de scheepvaart die deze veroorzaakt, waar naast de reguliere uitstoot ook het afgassen nog steeds niet is verboden.
Daarnaast is Berg en Dal een grensgemeente. Op de zgn. ‘kleurplaat’ is alles ten oosten van onze gemeente witgekleurd. Aan de andere kant van de grens vindt echter ook op grote schaal veehouderij plaats. Een deel van het “Duitse” stikstof slaat neer binnen onze gemeente. Het is niet de taak van de Berg en Dalse agrarisch ondernemers, maar van het Rijk om reductie hiervan met Duitsland te realiseren.
Het is belangrijk dat op de kortst mogelijke termijn een reëel beeld ontstaat van de uitstoot. Er zitten niet zelden grote verschillen tussen de afgegeven vergunningen en de in de praktijk gehouden aantallen dieren. Wij noemen als voorbeeld de kippenfarm aan de Dennenkamp in Groesbeek. De vergunning bood de mogelijkheid om 291.200 kippen te houden. In werkelijkheid is de bedrijfsuitoefening al jaren geleden voorgoed gestaakt, en vindt in het complex nu caravanstalling plaats.
Via diverse media wordt het beeld geschetst van de veehouderij als een rupsje-nooit- genoeg, die voor een gestaag groeiende stikstofdepositie verantwoordelijk is. Binnen de gemeente Berg en Dal vindt echter al meerdere decennia een zeer forse afbouw plaats. Terwijl het aantal melkkoeien gelijk is gebleven sinds 2000, is het totaal aantal runderen dat in onze gemeente gehouden wordt met 30% afgenomen. Het aantal gehouden kippen is daarnaast sinds 2000 met 67% gedaald, het aantal varkens met 73%, en het aantal geiten zelfs met 76%. Dit alles volgens de statistieken van het CBS. Deze enorme aantallen vertalen zich ook in het aantal actieve agrarisch ondernemers in de gemeente: het aantal bedrijven is sinds de eeuwwisseling gehalveerd. Naar verwachting zal deze trend zich ook doorzetten.
Binnen de gemeente Berg en Dal is er in dezelfde periode een afname geweest van 716 hectare in het areaal van onze beschikbare landbouwgrond. Procentueel weergegeven bedraagt deze afname maar liefst 20%! Van deze “vrijkomende” grond is 568 hectare in gebruik genomen voor woningen, industrie en infrastructuur. Het resterende deel, zo’n 149 hectare grasland, heeft een natuurbestemming gekregen. Aan de ontwikkeling van deze natuur hebben de agrarische ondernemers een belangrijke bijdrage geleverd, en zij dragen nog steeds wezenlijk bij aan het onderhoud ervan. Het is van belang dat zij door het meewerken aan uitbreiding van natuurgebied door regelingen als het Natuurnetwerk Nederland geen extra nadeel ondervinden in hun bedrijfsvoering.
De Nederlandse agrarisch ondernemers hebben na de Tweede Wereldoorlog al meerdere grote transities doorgemaakt. De mechanisering van de landbouw, de ruilverkaveling, de door de overheid gestimuleerde schaalvergroting, de daaruit voortvloeiende melk- en mestquota en ga zo maar door. We hebben er dan ook vertrouwen in dat ook de aanpak van de stikstofproblematiek gezamenlijk tot een goed einde kan worden gebracht. Vanuit een hersteld vertrouwen moeten haalbare doelen worden gesteld, en een reëel perspectief worden geboden. De gemeente Berg en Dal is graag bereid daarin ook een rol op te pakken, onder andere in het ruimtelijk beleid.
Hoewel voor de stoppende agrarisch ondernemers goede faciliteiten moeten worden geboden, denken we voornamelijk aan de jonge agrarisch ondernemers die door willen gaan. We willen nadrukkelijk geen kaalslag van het platteland. Er moet een langetermijnvisie liggen met het oog op innovatie & techniek, mogelijkheden voor uitbreiding van het agrarisch bedrijf en er moet ook voldoende gelegenheid zijn voor nevenactiviteiten. Hierbij geldt dat een camping of horecagelegenheid op ieder resterend boerenerf niet de oplossing is. In overleg en met toepassing van maatwerk zal moeten worden bekeken wat wenselijk is. Als gemeente zijn we bij uitstek in staat om op bedrijfsniveau het gesprek met onze agrarisch ondernemers te voeren.
Daarnaast kan voor de agrarisch ondernemingen waar géén opvolging is, worden gedacht aan het toepassen van de rood-voor-roodregeling op een grotere schaal. Het is niet ons voornemen om overal in het landschap op de boerenerven clusters van woningen te zien ontstaan. Beter dan een dergelijke verrommeling is het deze nieuwe woningen in en bij de bestaande dorpen te realiseren. Het extra geld dat hiervoor benodigd is, zal het Rijk kunnen bijdragen uit de voor het stikstofprobleem beschikbare miljarden.
Berg en Dal is in belangrijke mate een agrarische gemeente, en wil dat ook blijven. Ons mooie landschap is in de loop van lange eeuwen mede gevormd door de landbouw. Ook in de toekomst is een groene, duurzame en economisch rendabele agrarische sector mogelijk, met de daarbij behorende florerende agrarische ondernemers, die van essentieel belang zijn voor voedselvoorziening, landschaps- en natuurbeheer. Daarbij is het van belang om opnieuw met alle betrokken partijen en sectoren in gesprek te gaan, zodat er een integraal plan tot stand komt op basis van de uitgangspunten van haalbaarheid en reëel perspectief.
Graag ontvangen wij uw reactie. Aangezien u bij uw vorige bezoek op 30 mei jl. Berg en Dal een voorbeeldgemeente heeft genoemd, doen wij deze brief vergezeld gaan van een uitnodiging om gezamenlijk een aantal agrarisch ondernemers te bezoeken.
Hoogachtend,
Burgemeester en wethouders van gemeente Berg en Dal