Nieuws

Boerenland in Gelderland blijkt toch niet zo dood als een pier

De bodem in Oost Nederland leeft wel degelijk © Omroep Gelderland
TONDEN - Akkers in Oost-Nederland zitten vol met leven, dat blijkt uit onderzoek na een uitspraak van een Nijmeegse professor. Die noemde de akkers 'zombiegronden.'
Uit onderzoek - dat in handen is van Omroep Gelderland - blijkt nu dat dat niet het geval is. Er is zelfs weinig verschil in het bodemleven van landbouwgras en dat van natuurlijk beheerd grasland met agrarische historie.
Melkveehouder Pieter Brouwer was verontwaardigd toen hij de krantenkoppen las over zombiegronden. "Ik dacht dit kan niet waar zijn, zo negatief is het niet!" Hij stuurt een e-mail naar de hoogleraar en zoekt ondertussen contact met Esther Rust van Natuurmonumenten. Rust is geïnteresseerd: "Als Natuurmonumenten zijn we ook al veel langer geïnteresseerd in bodemleven dus wij waren enthousiast om een aantal gronden van ons te laten onderzoeken."
Kijk naar het verhaal van de bodem vol leven:
Twintig landbouwgraslanden bij melkveebedrijven en twintig graslanden in natuurbeheer met agrarische historie zijn uiteindelijk onderzocht. De hoogleraar die voor de verontwaardiging zorgde, doet samen met het Louis Bolk Instituut - een onderzoeksinstituut op het gebied van landbouw - onderzoek.

Grazen of maaien

Er wordt gekeken naar hoe het land gebruikt wordt: lopen er koeien grazend op het land of wordt er gemaaid? Daarnaast wordt gekeken naar de leeftijd van het grasland. Ook wordt onderzocht hoeveel springstaarten en mijten aanwezig zijn.
De conclusie: er is verschil, maar het verschil is niet heel erg groot. "Natuurlijk beheerde graslanden hadden een iets hogere diversiteit dan de agrarische graslanden, maar in aantallen verschilde het niet", zegt onderzoeker Nick van Eekeren van het Louis Bolk Instituut.
Wat leeft er in de bodem? Als je een schop in de grond steekt dan zie je met name regenwormen. Maar dat is slechts 15 procent van het bodemleven. Naast regenwormen zijn er bacteriën, schimmels, nematoden, potwormen, protozoa, springstaarten en mijten. Bacteriën en schimmels eten van de organische stof, dus van de wortels, de dode wortels, de gewasresten en mest. Die bacteriën en schimmels worden weer gegeten door springstaarten en mijten. In dat proces wordt gegeten en gepoept en dat samen zorgt voor een gezonde bodem.
In 2019 werden veertig velden onderzocht © Omroep Gelderland
"Ik ben blij dat dit de conclusie is en dat mijn land geen zombiegrond is", zegt Brouwer met een glimlach. "Ook wij willen namelijk die gezonde bodem en die hebben we ook echt nodig voor onze grasproductie. Wij doen daar heel erg ons best voor en ik zie nu dus dat het allemaal niet zo zwart-wit is."
Esther Rust is niet verbaasd over de resultaten: "Kijk, onze onderzochte gronden waren ooit landbouwgrond. Toen het door de landbouw in gebruik was, is er van alles mee gebeurd, toen werd er veel geploegd en werden er bestrijdingsmiddelen gebruikt die niet zo makkelijk meer verdwijnen. Dus ja, ik schrok wel, maar nee, het verbaasde me niet."

Koeien iets vaker op stal?

De verschillen zijn minimaal, maar we kunnen veel meer doen om het de bodembewoners naar hun zin te maken. Zo zijn houtwallen belangrijk, moet de ploeg binnen blijven en ook de koeien zouden iets vaker naar binnen moeten. Kuddes dieren boven de grond maken het leven onder de zoden moeilijk. Ze zorgen ervoor dat de toplaag van de bodem verdicht: "En dat betekent dan weer dat met name de springstaarten en mijten tijdens droge periodes zich niet in die laag kunnen verplaatsen", legt Van Eekeren uit.
Dat gebeurt op zowel de boerengronden als de natuurgronden. "Wij laten de koeien zeker in de wei lopen, maar als het wat natter is, dan kunnen we ze iets vaker op stal zetten", zegt Brouwer. "Het geeft aan dat we echt heel precies moeten zijn", vult Rust aan. "Maar dat is ook met het maaien zo. We moeten daar echt super voorzichtig mee zijn, want je hebt het sneller vernield dan dat het hersteld is."
Voor het bodemleven het soms beter als koeien iets vaker op stal gaan © Omroep Gelderland

Kijkje in de keuken

Grootste winst van het onderzoek is voor alle partijen misschien wel de samenwerking. Brouwer: "Daardoor begrijp je elkaar beter, je steekt een heleboel van elkaar op. Je hebt verschillende belangen, maar dat weten we van elkaar, maar je kunt altijd praten over dingen waar het wringt."
Rust is het daarmee eens: "De wijze waarop Pieter ons hiertoe heeft uitgenodigd en om echt aan tafel te komen en dit met elkaar uit te zoeken, dat is volgens mij hoe we het moeten gaan doen in Nederland."

Zie ook: